Modelbestek doelgroepenvervoer moet kwaliteit leidend maken

Gepubliceerd op 15-02-2017 om 12:20

Niet de prijs, maar de kwaliteit en klanttevredenheid moeten centraal komen te staan bij aanbestedingen voor het doelgroepenververvoer. Om dat te helpen bereiken is er een modelbestek ontwikkeld dat woensdag officieel werd gelanceerd. In dat bestek verschuift de focus van prijs naar kwaliteit, wordt de looptijd van contracten fors langer en neemt het belang van waardering door klanten toe.

Het modelbestek voor doelgroepenvervoer is opgesteld door Koninklijk Nederlands Vervoer in samenwerking ouderenbond ANBO en gehandicaptenorganistie IederIn. Ook diverse opdrachtgevers en kennisplatform CROW zijn betrokken, en VNG (gemeenten) en VOC (openbaar vervoer centrumgemeenten) zijn dat als gesprekspartners. Het modelbestek werd op woensdag overhandigd aan de Zoetermeerse wethouder Mariëtte van Leeuwen, die tevens bestuurslid is van VNG. Dit moment is met zorg gekozen: een dag voordat in de Tweede Kamer een debat over het zorgvervoer plaatsvindt.

Het oorspronkelijke initiatief voor het bestek werd genomen door KNV-lid Transdev. Het document moet een handreiking zijn aan individuele of gezamenlijke opdrachtgevers bij aanbestedingen in het doelgroepenvervoer. Uitgangspunten zijn gunnen op waarde en betere klanttevredenheid. Bij de totstandkoming van het model is geregeld overleg gepleegd met de verschillende belanghebbende partijen.

Transparante prijsstelling

Met het bestek wil men graag de focus op prijs wegnemen en deze verschuiven naar kwaliteit. Het modelbestek moet de inkoper van de betreffende gemeente bewust maken van de mogelijkheden die er zijn: expertise van andere gemeenten, goede aansluiting op het zorgbeleid en controle op de gevraagde en beloofde kwaliteit. Daarnaast zien de partijen graag een minimale kostprijs voor wmo-vervoer en ander zorgvervoer.

Een ander speerpunt betreft de transparante prijsstelling, zodat ook bij een verandering in de behoefte aan vervoer de juiste prijs kan worden toegepast. Eveneens een struikelblok zijn de korte looptijden van vervoerscontracten. Daarnaast moet de klant en zijn of haar waardering voor het vervoer centraal komen te staan, wat ook moet resulteren in een landelijk klanttevredenheidsonderzoek. Verder pleit men voor keuzemogelijkheden met het oog op de perceelindeling bij vraagafhankelijk vervoer en geregeld vervoer. Daarnaast is er in aanbestedingen te weinig ruimte om écht te verduurzamen en vindt er concurrentie op arbeidsmarkt en arbeidsvoorwaarden plaats, zo constateren de initiatiefnemers.

Plafondbudget

Hoe biedt het modelbestek nu oplossingen voor deze geconstateerde problemen? Als het om prijs en kwaliteit gaat, stelt men voor dat er zowel een minimumbudget als een plafondbudget komt. Dat laatste is het maximale dat een opdrachtgever kan en wil besteden aan een vervoersopdracht. Wie hoger biedt dan dit plafond, wordt van de gunningsprocedure uitgesloten. Lager aanbieden dan het plafondbudget is wel toegestaan. Dit weegt mee in de gunning.

Deze andere benadering moet ervoor zorgen dat vervoerders meer realistische aanbiedingen doen, waarbij de prijs en de kwaliteit beter tot elkaar in verhouding staan. Opdrachtnemers kunnen daarbij aangeven welke kwaliteit zij kunnen leveren voor het gestelde plafondbudget. Op deze manier weegt de kwaliteit substantieel mee. CROW spoort in dit verband aan tot kostprijsberekening.

Laagste fictieve prijs

Gunnen op waarde neemt een centrale positie in binnen het modelbestek. Kwaliteit moet de doorslag gaan geven en de inschrijver moet zien dat de kwaliteit die wordt geleverd direct tot voordeel leidt. De voorgestelde oplossing van de inschrijver wordt uitgedrukt in geld: de waarde. De inschrijfprijs vormt de basis, binnen de bandbreedte van het minimumbudget en het plafond. Als de voorgedragen oplossing een meerwaarde met zich meebrengt, dan leidt dit tot een fictieve korting. Als er geen meerwaarde is, of als de inschrijving als onvoldoende wordt beoordeeld, dan wordt er juist een bedrag bij de inschrijfprijs opgesteld. De inschrijving met de laagste fictieve prijs wint de aanbesteding.

Zoals aangegeven moet het modelbestek er ook toe gaan bijdragen dat de gemiddelde looptijd van aanbestedingen flink wordt verhoogd. In het model heeft de raamovereenkomst een looptijd van vijf jaar, waarbij de opdrachtgever de mogelijkheid heeft om deze nog eens met twee jaar te verlengen. Het advies is bovendien om de aanbestedingen al veel eerder te laten plaatsvinden, zodat tussen de gunning en de aanvang van het vervoer minstens zes maanden zit. Zo heeft de nieuwe vervoerder de tijd om zich voor te bereiden en te zorgen dat het vervoer meteen vanaf het begin naar behoren verloopt.

Aandacht voor klantbeleving

Te vaak blijkt dit immers in de praktijk niet het geval te zijn. De bedenkers van het modelbestek geloven dat een goede en ruime voorbereiding belangrijker is dan zekerheid over de exacte aantallen passagiers. Maar dat laatste is wel een probleem dat ook in het modelbestek voorkomt. Soms wijken aantallen passagiers sterk af van de schattingen in de aanbestedingen, maar aan die schattingen kunnen geen rechten worden ontleend. Er moet een staffel in het bestek komen, zodat vooraf duidelijk is wat er met de prijs gebeurt als volume gaat afwijken.

KNV, IederIn, ANBO, de betrokken opdrachtgevers en CROW willen ook dat de waardering van klanten belangrijker wordt. In de huidige situatie is het zo dat kwaliteitsmetingen vooral plaatsvinden op basis van harde criteria als stiptheid. Er is minder aandacht voor klantbeleving en onvoldoende controle op kwaliteit in de uitvoeringsfase. Door deze werkwijze wordt het leveren van kwalitatief hoogwaardig vervoer onvoldoende gestimuleerd.

Nadenken over schaalgrootte

In de voorgestelde opzet staat klanttevredenheid centraal en vervoerders kunnen daar ook op worden afgerekend. De tevredenheid wordt gemeten met een standaard vragenlijst die later moet worden uitgebreid naar een landelijke standaard. Uit het onderzoek komt een score van 1 tot 10 naar voren. Die score geldt als prestatie-indicator voor de overeenkomst. De opdrachtgever kan een minimale score eisen om de tevredenheid van gebruikers te waarborgen. Daar kan ook een bonus-malussysteem aan verbonden worden. Het voorstel in het modelbestek kan naar eigen inzicht worden aangepast.

Voor het indelen van de percelen geeft het modelbestek een richtlijn mee, en het advies na te denken over de optimale schaalgrootte. Verkleining leidt in veel gevallen tot een mindere combinatiegraad, maar bij hele grote percelen wordt kans kleiner dat (regionale) MKB-bedrijven kunnen inschrijven. Het modelbestek is opgedeeld in eisen per doelgroep, omdat het opdelen in percelen per doelgroep een veelgebruikte methode is. Daarnaast zijn er opdrachtgevers die het toestaan om doelgroepen te combineren en de percelen bijvoorbeeld geografisch op te delen. Wanneer een bepaalde doelgroep erg groot is, kan worden overwogen deze over meerdere percelen te verdelen of om meerdere vervoerders per perceel in de arm te nemen.

Specifieke kennis delen

Zoals aangegeven neemt CROW in 2017 het beheer van het modelbestek in handen. Hoe dat exact wordt gedaan, wordt later bepaald. “Wij denken dat dit initiatief waardevol kan zijn voor het gehele werkveld van het doelgroepenvervoer. Het is immers best complexe materie, maar mensen die zich er bij opdrachtgevers mee bezig houden, doen dat vaak alleen ten tijde van een aanbesteding. Daardoor valt er nog wel wat te winnen als het gaat om het delen van specifieke kennis”, aldus Koen Bekking van CROW.

Bekking geeft aan dat het modelbestek niet iets is wat iedereen in de branche in de huidige vorm moet gaan gebruiken. “De voorlopers onder de gemeenten redden zich prima zonder ons. Maar het modelbestek is wel een goede basis voor aanbestedingen door de grote middengroep opdrachtgevers.”

Bijeenkomsten

Het is voor CROW een gepaste rol om het modelbestek in beheer te nemen, omdat iets soortgelijks ook al is gedaan op het gebied van openbaar vervoer. Waarschijnlijk komen er ongeveer zes bijeenkomsten rondom dit modelbestek. “Tijdens die bijeenkomsten zullen we met opdrachtgevers, vervoerders, belangenorganisaties en andere partijen dieper ingaan op dat bestek en ervaringen delen. Maar het is ook mogelijk dat we de bijeenkomsten thematisch gaan inrichten.”

“Enerzijds maken we zo duidelijk wat het modelbestek inhoudt, anderzijds biedt het de kans om het modelbestek waar nodig door te ontwikkelen op basis van ervaringen uit de branche. Het moet wel een actueel en goed toepasbaar hulpmiddel blijven. Elke bijeenkomst moet dan ook iets opleveren: een verslag, een aanpassing van het bestek of iets anders.” Tevens zal CROW op zoek gaan naar manieren om dat beheer op de langere termijn voor te zetten. “De financiën zijn nu voor één jaar geregeld, maar ook daarna willen we hier graag mee doorgaan”, aldus Koen Bekking.

Wil je ook elke week de gratis nieuwsbrief van TaxiPro ontvangen? Vul hier jouw e-mailadres in:

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro, SDC360 en het tijdschrift Nederlands Vervoer.

1 reactie op “Modelbestek doelgroepenvervoer moet kwaliteit leidend maken”

J.s. van Bochove|15.02.17|15:27

overheden hebben jaren de kwaliteit de das omgedaan door de meest onlogische en onmogelijke eisen te stellen in bestekken (gewoon onkunde) en geen enkele moeite gedaan om personeel met veel ervaring en kennis te behouden. gaat het dan eindelijk eens duidelijk worden en komen er nu eens oplossingen waardoor de klant weer tevreden gaat worden en personeel behouden blijft. het zal een wonder zijn, zeker nu met de Regiecentrale`s die de kosten mega omhoog duwen en niets bijdragen.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.