Frank van Boxtel, directeur Quattrotax, taxibedrijf

‘Taxibranche beter af met minder verschillende regelingen’

Het hele contractvervoer moet op de schop. Dat zegt Frank Boxtel, directeur Quattrotax uit Tilburg. “Er is de afgelopen jaren van alles bedacht, maar het werkt allemaal niet. De huidige problemen zijn het resultaat van een opeenstapeling van regelingen in een tijd dat er nog geld genoeg was. Dat moeten we veranderen.”

Van Boxtel heeft tijdens zijn loopbaan veel ervaring opgedaan met alle belangrijke partijen binnen het contractvervoer. “Ik denk dat ik daardoor een goed beeld heb van de structurele problemen en de oorzaak daarvan die nu de taxibranche in hun greep houden,” zegt Van Boxtel.

Doelgroepen

Volgens Van Boxtel ligt aan de basis van die problemen het brede scala aan regelingen die in de goede jaren voor verschillende doelgroepen in het leven zijn geroepen. “We hebben onder meer Valys-vervoer, Wmo-vervoer, leerlingenvervoer, Awbz-vervoer. Al deze regelingen moeten nu worden uitgevoerd met een vervoersaanbod dat daar eigenlijk niet op is afgestemd. Toen er nog voldoende geld was, maakte dat niet uit: verschillende subsidies werkten als olie in de motor.”

Nu het economisch minder voor de wind gaat, is er minder geld beschikbaar om de motor draaiende te houden. De kosten voor de verschillende regelingen en de overcapaciteit worden nu middels aanbestedingen afgewenteld op de vervoerders. De ‘economisch meest gunstige aanbieding’ is daarbij inmiddels ‘de  laagste prijs’ geworden in de praktijk. Het gevolg is duidelijk zichtbaar: er gaan maandelijks taxibedrijven failliet en het lijkt erop dat op de lange duur slechts enkele grote partijen zullen overblijven.

Persoonlijke belangen

“Daarom moeten we zo snel mogelijk van al die afzonderlijke regelingen af,” meent Van Boxtel. Omdat veel van deze regelingen gedecentraliseerd zijn – en er daardoor dus veel mensen bij betrokken zijn – is dat niet makkelijk.

“Het herzien van de regelingen en de lokale uitvoering van die regelingen, raakt mensen in hun loopbaan. Er zitten heel veel mensen in gemeente- en provinciehuizen die sinds jaar en dag nauw betrokken zijn bij bijvoorbeeld de uitvoering van het leerlingenvervoer. Die mensen zijn – heel begrijpelijk overigens – bang om hun positie kwijt te raken. Als er een kans bestaat dat de ene regeling een andere regeling zal overlappen of inkapselen, dan is de weerstand erg groot. Het herzien van regelingen en uitvoering gaat gepaard met veel pijn. Je moet heel omzichtig te werk gaan.”

Indicatiestelling

Uitgangspunt is, dat de toegankelijkheid van zorgvervoer moet worden aangepast. “Om dat in deze tijd te verwezenlijken is het zaak dat we kritisch kijken naar de indicatiestelling van mensen die nu in aanmerking komen voor gesubsidieerd vervoer,” aldus Van Boxtel.

“In de praktijk zien we dat veel vormen van gesubsidieerd vervoer nu oneigenlijk worden gebruikt. Daarnaast wordt het regulier openbaar vervoer steeds toegankelijker voor mensen die minder mobiel zijn. Denk aan verhoogde perrons, rolstoelplaatsen in stadsbussen, enzovoort.”

Efficiënter en goedkoper

“Het houdt in dat we afstand nemen van de – mijns inziens doorgeslagen – doelgroepenbenadering en we rechthebbenden veel meer van hetzelfde vervoer gebruik laten maken”, vindt Van Boxtel. “Immers, alle doelgroepen hebben één ding gemeen: één of meer fysieke, verstandelijke of mentale beperkingen. Op die manier kunnen we het bestaande materieel veel efficiënter, en dus goedkoper, inzetten. Onderscheid wordt alleen gemaakt op basis van indicatie.

“Voor iedere doelgroep is er nu een bepaalde uitvoeringscapaciteit ingekocht. Door de huidige aanbestedingswijze ontstaat er landelijk een enorme overcapaciteit. Deze moet hoe dan ook betaald worden. Het is alleen de vraag door wie. Op dit moment zijn dat de vervoerders.”

Social return

Als gesubsidieerd vervoer op die manier goedkoper kan worden, dan is het misschien ook mogelijk om de excessen van het huidige aanbestedingsbeleid te stoppen. Van Boxtel noemt als voorbeeld de gesubsidieerde integratie van werkzoekenden.

“Er zijn nu bedrijven die zich gedwongen zien om goede, ervaren – maar daardoor dure – chauffeurs te ontslaan, om vervolgens goedkope, maar onervaren mensen aan te nemen. De ontslagen chauffeurs komen na een bepaalde periode zelf in een re-intergratietraject terecht, waarbij zij dankzij subsidies elders weer goedkoop in dienst kunnen worden genomen. Weer ten koste van andere chauffeurs, inderdaad. Met deze vorm van social return hol je de kwaliteit van de taxibranche nog verder uit.”

Sectorplan

Van Boxtel is dan ook zeer verheugd over het sectorplan dat FNV Bondgenoten voor ogen heeft. Dit plan heeft betrekking op een sectortbrede aanpak om de taxibranche weer gezond te krijgen. De nadruk ligt op onderzoek naar maatregelen om de branche uit de neerwaartse, economische spiraal te krijgen; op verbetering van kwaliteit, en op een verbetering van de positie van personeel. Van Boxtel heeft veel vertrouwen in zo’n plan.

“Remko Mast schetst een plan waarin een centrale organisatie belast is met de uitvoering ervan. Zo’n organisatie kun je inrichten met mensen die geen persoonlijk belang hebben bij het in stand houden bepaalde regelingen of structuren. Alleen op die manier is het mogelijk om snel orde op zaken te stellen.”

Openbaar Vervoer

Van Boxtel heeft in zijn carrière bijna alle hoeken van het openbaar en contractvervoer gezien. Hij is begonnen als buschauffeur bij de BBA (nu een onderdeel van Veolia). Daarna is hij bij de BBA verkeersleider geworden. Toen begin jaren ’90 de WVG (Wet voorzieningen gehandicapten) werd ingevoerd, heeft hij bij BBA als projectleider mede de fundamenten gelegd voor een regionaal collectief vervoerssysteem dat nu onder noemer Regiotaxi valt.

In de eerste helft van de jaren 2000 heeft Van Boxtel verschillende functies bekleed bij PZN, waar hij onder andere inschreef op aanbestedingen. Daarna was hij vier jaar als ambtelijk secretaris bij de gemeenschappelijke regeling regionaal collectief vervoer in Noordoost-Brabant opnieuw betrokken bij de Regiotaxi. Daar stelde hij juist aanbestedingen op.

Regiotaxi

Als commercieel directeur bij Quattrotax is Van Boxtel onder andere verantwoordelijk voor de inkoop van materieel. Onlangs heeft hij een aantal rolstoelbussen met een inrichting van Tribus aangeschaft. Quattrotax is opgericht door 4 taxibedrijven (DVG-franchisenemers) uit de omgeving Tilburg en voert vooral het regiotaxivervoer in Tilburg en Goirle uit.

Van Boxtel: “Als wij die indicatiecriteria scherp tegen het licht houden en zo mogelijk het vervoersrecht van mensen kunnen beperken, dan komt daar een andere vervoersvraag uit. Aan de hand van die vraag moet het vervoer opnieuw worden ingericht. Wat mij betreft nemen we dan afscheid van al die verschillende, lokaal ingevulde regelingen en komt er één centraal loket voor mensen met een mobiliteitsprobleem.”

Auteur: Bart Pals

1 reactie op “‘Taxibranche beter af met minder verschillende regelingen’”

Ton van Dalfsen|28.11.13|20:12

Ja! het contract vervoer moet op de schop ! Afschaffen die aanbestedingen en laat de plaatselijke vervoerder(s) het vervoer doen zodat die tenminste kunnen voortbestaan. Minimum tarief landelijk maken wat winstgevend is.