Connexxion taxibus 7

Niet aannemelijk dat Connexxion-directeur geheimhoudingsplicht schond

Het is niet aannemelijk gemaakt dat Connexxion-directeur Paul Pietersen zijn geheimhoudingsplicht jegens voormalige opdrachtgevers Transvision en Bios heeft geschonden. Dat heeft het gerechtshof besloten in het hoger beroep in deze zaak. Eerder besloot de rechter dat Pietersen zich als directeur van Connexxion niet mocht bemoeien met de Valys-aanbesteding waar ook zijn voormalige opdrachtgevers naar meedongen. 

Pietersen werkte met zijn bedrijf Ylvas voor verschillende opdrachtgevers, waaronder Transvision (waarvan hij voorheen ook aandeelhouder was) en verschillende BV’s binnen de Bios-groep. Pietersen onderhandelde met Bios over verdergaande samenwerking, maar trad uiteindelijk bij Connexxion Taxi Services in dienst. Daarop wezen Bios en Transvision hem uitdrukkelijk op zijn geheimhoudingsplicht jegens hen als voormalige opdrachtgevers.

Pietersen heeft zich onder meer bij Transvision en Bios met aanbestedingen voor Valys-vervoer beziggehouden. Toen hij in dienst trad bij CTS, was dit vervoer in handen van Transvision, RMC en Bios. Enige tijd later werd bekend dat het opnieuw werd aanbesteed. Transvision en Bios wilden zeker weten dat Pietersen geen informatie van hen zou gebruiken om met CTS de Valys-contracten of andere taxi-aanbestedingen in de wacht te slepen. Tevens wilden zij niet dat er door hem en Connexxion informatie werd gebruikt van concurrerende OV-bedrijven. Zij eisten daarom dat Pietersen op zeer korte termijn alle bedrijfsgevoelige informatie hij nog van had van Transvision en Bios aan die bedrijven zou overleggen.

Pietersen heeft toen alle informatie en data vernietigd en verwijderd, teneinde zijn voormalige opdrachtgevers tegemoet te komen. Ook heeft hij de laptop vernietigd waar informatie op stond. Transvision en BIOS hadden geëist dat hier een accountant en een ICT-deskundige bij aanwezig zouden zijn. Pietersen vond dat echter niet nodig, omdat dit nooit was vastgelegd in zijn opdrachtovereenkomsten.

Geheimhouding of boete

Daarom kozen Bios en Transvision voor een gang naar de rechter. Uit dat kort geding kwam op 20 oktober vorig jaar het oordeel voort dat Pietersen zich namens CTS op geen enkele manier mocht bezighouden met de aanbesteding voor het Valys-vervoer. Ook moest hij zich aan zijn geheimhoudingsplicht houden. Het schenden daarvan kon hem op hoge boetes komen te staan: 50.000 per overtreding en nog eens dat bedrag voor elke dag dat die overtreding zou voortduren, met een maximum van 2 miljoen euro.

De dwangsom werd om twee redenen opgelegd. Pietersen haalde alle schriftelijke informatie waarover hij namens zijn voormalige opdrachtgevers beschikte door de versnipperaar, terwijl hem was gevraagd die documenten te retourneren. Verder vond de rechter het vreemd dat hij alle informatie van zijn laptop wiste en deze vernietigde, zodat hij daadwerkelijk niets meer met die gegevens kon doen. Pietersen gaf tegenover TaxiPro aan volledige uitvoering aan het vonnis van de rechter te hebben gegeven.

Niet bij onderzoek aanwezig

Dat betekent onder meer dat in de periode na het vonnis een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de gegevensdragers van Pietersen en Ylvas op aanwezigheid van bedrijfsvertrouwelijke informatie van Transvision en Bios. Dat onderzoek werd uitgevoerd door een gespecialiseerde deurwaarder en ICT-deskundige. Maar het was niet naar de zin van Transvision en Bios, omdat ze niet bij het onderzoek aanwezig mochten zijn. Daardoor zou er niet op de juiste manier uitvoering zijn gegeven aan het vonnis van de rechter.

Dat leidde tot een tweede kort geding, want Ylvas en Pietersen vonden dat Transvision ten onrechte verzoeken over het geven van inzage deed. Zij wilden dat de voorzieningenrechter beoordeelde of er aan het eerdere vonnis op de juiste manier uitvoering was gegeven en dat de dwangsommen werden opgeschort. Maar in het kort geding oordeelde de rechter dat CTS en Pietersen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat ze alles hadden gedaan zoals het moest, en dat alleen de rechter die de dwangsommen heeft opgelegd deze weer kan opheffen.

Geheimhoudingsplicht niet geschonden

Ook daarna kwamen de partijen er niet uit, wat leidde tot een derde gang naar de rechter in kort geding. Transvision en Bios wilden daarmee bereiken dat een ICT-deskundige mocht onderzoeken of de gegevensdragers in kwestie bedrijfsvertrouwelijke informatie van Transvision en Bios bevatten en of Pietersen zijn geheimhouding had geschonden. Op basis van dit onderzoek wilden zij zelf kunnen vaststellen of en in hoeverre er bedrijfsinformatie van hen met CTS was gedeeld. Tevens wilden de vervoerders dat er een onderzoek kwam naar de vernietigde laptop.

Het is echter niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek onvolledig was, dat er informatie is achtergehouden of dat de geheimhoudingsplicht is geschonden. En het onderzoek wees dan wel uit dat Pietersen en Ylvas beschikten over enige bedrijfsinformatie van Transvision en Bios, maar het kan niet worden aangetoond dat zij zich daarvan bewust waren. Er is weliswaar het nodige onduidelijk over het onderzoek en zijn uitkomsten, maar volgens de rechter is er wel mee aan het eerdere vonnis voldaan.

De vorderingen van de vervoerders dat er aanvullend onderzoek moet komen naar bedrijfsinformatie op gegevensdragers van Pietersen en Ylvas, worden dan ook afgewezen. Daarbij is ook meegeteld dat de manier waarop dat aanvullende onderzoek uitgevoerd zou moeten worden, waarschijnlijk alleen maar nieuwe conflicten zou opleveren. Wel kregen Transvision en Bios van de rechter de gelegenheid om na te gaan of Pietersen zijn laptop daadwerkelijk had vernietigd, want daar hadden de vervoerders zo hun twijfels over.

Dwangsom is op zijn plaats

Pietersen spande op zijn beurt met Ylvas een hoger beroep tegen het eerste vonnis. En daaruit bleek dat Pietersen niet verplicht is om verantwoording af te leggen over de manier waarop hij bedrijfsvertrouwelijke informatie van zijn voormalige opdrachtgevers had vernietigd.

In het hoger beroep werd een aantal grieven tegen het oorspronkelijke vonnis ingebracht en een groot deel daarvan werd gegrond verklaard. Zo was de dwangsom voor het schenden van de geheimhouding 50.000 per overtreding en 50.000 euro voor elke dag dat deze voortduurt, met een maximum van 2 miljoen euro. Maar, zo stellen Pietersen en Ylvas: een eenmaal begane schending van de geheimhouding kan niet ongedaan worden gemaakt, en dus loopt bij een enkele overtreding de boete vanzelf op tot 2 miljoen euro. Het hof heeft daarom bepaald dat een dwangsom van 50.000 euro overtreding op zijn plaats is, maar dat deze niet kan worden opgelegd per dag dat hij voortduurt. Tevens werd de maximale dwangsom verlaagd tot 1 miljoen euro.

Onredelijk veel gevraagd

Nog belangrijker is dat er voor het gerechtshof geen aanleiding was om Ylvas en Pietersen te veroordelen tot het afgeven van de bedrijfsinformatie. Van het eerste vonnis is alleen het boetebeding op de geheimhouding in aangepaste vorm overeind gebleven.

Het vernietigen van papieren en digitale gegevens en de laptop was, door de te harde en strenge opstelling van Transvision, Bios en Trevvel, eigenlijk de enige mogelijkheid voor Pietersen om zich van de informatie te ontdoen. Er werd op te korte termijn zo onredelijk veel van hem gevraagd dat hij er vrijwel onmogelijk aan kon voldoen.  En verder is er ook geen reden om aan te nemen dat door Paul Pietersen de geheimhoudingsplicht is geschonden.

Wel bevestigt het hoger beroep dat Ylvas en Pietersen zich aan die geheimhoudingsplicht moeten houden en dat Pietersen zich terecht niet namens CTS met de Valys-aanbesteding mocht bemoeien. Dat laatste traject is overigens afgerond en het vervoer werd voor de komende jaren opnieuw aan de combinatie Transvision, RMC en Bios gegund.

‘Geen reden om verder te procederen’

Paul Pietersen reageert als volgt op de uitspraak van het gerechtshof: “Het Hof heeft een arrest gewezen waar ik mij goed in kan vinden. Het Hof heeft bevestigd wat eigenlijk in alle procedures door de rechters is gezegd: dat er geen aanleiding is aan te nemen dat ik mijn geheimhouding heb geschonden. Het feit dat ik mij niet met de Valys-aanbesteding bezig mag houden is met de definitieve gunning eigenlijk al achterhaald. Ik heb mij in de afgelopen maanden ook niet met de Valys-aanbesteding beziggehouden. Naar mijn idee is er nu geen enkele reden meer om nog verder tegen mij te procederen. Deze hele zaak heeft een behoorlijke impact op mijn functioneren voor Connexxion en mijn privéleven. Ik hoop dat we er nu een punt achter kunnen zetten.”

Beraden op beroep of cassatie

Daar lijkt het echter niet op, blijkt uit een reactie van de Bios-directie. Zo staat er op 23 april een volgende zitting op de agenda. Omdat Pietersen volgens Bios “stelselmatig alle medewerking aan onderzoeken naar het gebruik of doorzenden van de data heeft geweigerd, staat niet vast wat er met de informatie is gebeurd. Reden om door te gaan.” Wat Bios betreft is het risico dat Pietersen zijn geheimhouding alsnog schendt nog niet voldoende geëlimineerd. “Het zijn tot op dit moment alleen kort gedingen waarin uitspraken zijn gedaan en de bodemprocedure is nog niet gevoerd. Wij beraden ons op het voeren van een bodemprocedure of een cassatie.”

Lees ook: Connexxion-directeur mag zich niet met Valys-aanbesteding bemoeien

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en het tijdschrift Nederlands Vervoer. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.