arbeidsrecht, ontslag, werkgever, werknemer

Transitievergoeding via maas in de wet te ontwijken

De nieuwe Wet Werk en Zekerheid biedt een ontsnappingsroute voor ondernemers om onder de transitievergoeding voor ontslagen werknemers uit te komen. Door simpelweg surseance van betaling aan te vragen en deze korte tijd later weer te laten beëindigen, vervalt de verplichting om deze vergoeding te betalen. Dat stelt De Raadgevers, een bedrijf dat ondernemingen ondersteunt in de bedrijfsvoering.

De transitievergoeding is een bedrag dat een werkgever bij ontslag van een werknemer aan hem moet betalen ter compensatie en als ondersteuning in de zoektocht naar nieuw werk. De Raadgevers spreekt met de ontsnappingsroute hiervoor van ‘een onwaarschijnlijke escape voor werkgevers’ en tekent uit de mond van commentatoren op dat ‘de vakbonden hebben liggen slapen’. Gezien de stortvloed aan kritiek die het artikel oogst, acht het bedrijf de kans aanzienlijk dat de rechter in de nabije toekomst deze ontsnappingsroute zal afsluiten. “Tot die tijd blijft het artikel echter, ondanks alle kritiek, onverminderd van kracht en dienen zowel werkgevers als werknemers er serieus rekening mee te houden.”

Maas in de wet

De maas in de WWZ bevindt zich in artikel 7:673c BW, lid 1. Deze luidt: ‘De transitievergoeding, bedoeld in de artikelen 673, lid 2, en 673a, lid 1, is niet langer verschuldigd, indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.’

“De redenering dat een failliete werkgever niet verplicht is transitievergoeding te betalen, is nog wel te volgen”, stelt De Raadgevers. “Het opvallende aan de nieuwe bepaling is dat deze, door het woord ‘langer’, ook lijkt te gelden voor transitievergoedingen die reeds verschuldigd waren op het moment van faillissement, en dus niet voortkomen uit het faillissement zelf. Deze vervallen dus, zowel bij faillissement als aanvraag van surseance van betaling, met terugwerkende kracht. Ook kunnen werknemers geen vordering meer indienen bij de curator.”

Niet in staat

In de wetgeving staat dat dan duidelijk moet zijn dat de werkgever niet in staat is om de transitievergoeding te betalen. Op die gedachtegang is veel kritiek, omdat er tal van situaties bestaan waarbij een werkgever failliet is en desondanks best een (deel van de) transitievergoeding kan betalen. Daar ontstaat de escape voor werkgevers.

“Wanneer zij af willen van een of meerdere werknemer(s) maar de transitievergoeding liever in kas houden, hoeven ze enkel faillissement aan te vragen”, stelt De Raadgevers. “Op dat moment vervallen alle vorderingen tot betaling van de transitievergoedingen en kan er zelfs een doorstart worden gemaakt zonder ook maar een euro aan de ontslagen werknemers betaald te hebben. Aangezien een faillissement toch vrij ingrijpend is kunnen ze ook voor een makkelijkere manier kiezen en onder de transitievergoeding uit komen door surseance van betaling aan te vragen en deze korte tijd later weer te laten beëindigen.”

Nog geen uitspraak

Volgens het bedrijf wordt de bepaling door alle juridische auteurs als onrechtvaardig, onlogisch en onwenselijk gezien. Echter is de regeling pas nieuw en heeft de rechter zich er nog niet over uitgesproken. “Gezien de stortvloed aan kritiek die het artikel oogst is de kans aanzienlijk dat de rechter in de nabije toekomst deze ontsnappingsroute zal afsluiten. Tot die tijd dienen zowel werkgevers als werknemers er serieus rekening mee te houden.”

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij ProMedia.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.