rechtbank, rechter, rechtszaal, uitspraak

Bij payrolling geen sprake van dienstverband met taxibedrijf

Bij payrolling hebben ingeleende werknemers een arbeidsovereenkomst met het payrollbedrijf. En dus niet met bijvoorbeeld het taxibedrijf dat ze inleent. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. Voor onder meer de vele taxibedrijven die met een payrollconstructie werken, verandert er dus vooralsnog niets.

De inzet van de hele discussie is dat payrollbedrijven geen uitzendonderneming zouden zijn, omdat het zou ontbreken aan een allocatiefunctie: het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op het gebied van tijdelijke arbeid. Bij payrolling besteedt een bedrijf zaken als salarisadministratie en contractbeheer uit aan een partij. Juridisch gezien zijn de werknemers dan in dienst bij dat payrollbedrijf. In de taxibranche en veel andere sectoren wordt volop van deze constructie gebruikgemaakt. Er is veel discussie geweest over de vraag of payrollbedrijven een allocatiefunctie hebben.

Achterstallig salaris

De Hoge Raad komt nu tot de conclusie dat er in de wettelijke definitie van de uitzendovereenkomst geen allocatiefunctie is opgenomen. Die functie is dus niet nodig om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst. En dat houdt in dat een payrollovereenkomst een uitzendovereenkomst is. Dat betekent dat een uitzendovereenkomst een arbeidsovereenkomst is. In het geval van een payrollconstructie zijn de werknemers dan in dienst bij het payrollbedrijf. En in beginsel niet bij de onderneming die ze inhuurt, zoals een taxibedrijf.

Vanwege een recente kwestie met een payrollbedrijf was hier de nodige onduidelijkheid over ontstaan. Taxibedrijf Van der Zanden uit Helmond liet via payrollbedrijf E-Dend al jaren enkele tientallen chauffeurs voor zich rijden. Toen E-Dend echter failliet ging, ontstond er een tot op heden durend geschil over wie het achterstallige salaris over de laatste paar maanden vóór het bankroet eigenlijk moet betalen.

Kort geding

Het UWV stelde zich op het standpunt dat E-Dend geen allocatiefunctie zou hebben, waarbij vraag en aanbod inzake arbeid tijdelijk bij elkaar worden gebracht. Volgens het UWV waren de chauffeurs daarmee juridisch gezien in dienst van het taxibedrijf. Van der Zanden zou dus voor het achterstallige salaris moeten opdraaien. Maar in een kort geding volgde de rechter deze redenering niet, omdat het UWV zich onder meer op onvolledig onderzoek zou hebben gebaseerd. Bovendien was niet eenduidig of een allocatieovereenkomst vereist is voor een uitzendovereenkomst.

De Hoge Raad oordeelt nu als volgt: uit de wettelijke definities van de arbeidsovereenkomst en uit de rechtsgeschiedenis blijkt niet dat er bij een arbeidsovereenkomst sprake is van een allocatiefunctie. En dus heeft, in het geval van payrolling, de ingeleende werknemer een arbeidsovereenkomst met dat payrollbedrijf. Dat maakt van mensen die worden ingeleend feitelijk uitzendkrachten. Daarmee is bevestigd dat het inhuren van personeel via een payrollbedrijf, zoals veel taxibedrijven dat ook al doen, op de huidige voet kan worden voortgezet. Wel gaat het nu om rechtspraak; wetgeving kan de situatie in de toekomst weer veranderen.

Salarisbetaling en contractbeheer

Voor payrollbedrijven is de uitspraak van de hoge rechter overigens in financiële zin nadelig. De zaak ging niet primair om de allocatiefunctie: een payrollbedrijf gebruikte dat argument om te voorkomen dat het als uitzender te boek kwam te staan voor de hogere af te dragen pensioenbijdragen. Dat is niet gelukt, want de Hoge Raad stelt dus dat van die allocatiefunctie geen sprake is. Dat brengt voor payrollbedrijven hogere lasten op het gebied van werkgeverschap met zich mee dan wanneer ze niet als uitzendbureaus ingeschreven zouden staan.

Maar voor taxibedrijven pakt deze uitspraak dus goed uit. Zou de allocatiefunctie wel zijn erkend, dan zou dit in feite kunnen betekenen dat er sprake was van werkgeverschap ten opzichte van het ingeleende personeel –  iets wat men met payrolling nu juist wil vermijden. In zo’n constructie worden immers zaken als salarisbetaling en contractbeheer aan de payroller uitbesteed. Aan die gekozen werkwijze verandert dus vooralsnog niets door deze uitspraak van de Hoge Raad.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij ProMedia.

4 reacties op “Bij payrolling geen sprake van dienstverband met taxibedrijf”

C.S. Boxmeer|10.11.16|12:58

Pay-rolling geeft en biedt aan bedrijven helaas wel de slechte mogelijkheid om “uur-tarief” te hanteren welke dicht aan de uitbuiting raken…is mijn idee

Paul van den Beuken|10.11.16|13:45

@CS Boxmeer. Taxibedrijven, net als wij, dienen ook bij Payrolling de Taxi-CAO te hanteren en de chauffeurs conform te verlonen. Werknemer krijgt dus net zoveel als dat hij bij het taxibedrijf in dienst zou zijn.

Diana Begeman|10.11.16|14:12

“Bij payrolling hebben ingeleende werknemers een arbeidsovereenkomst met het payrollbedrijf.”
Zou je dus mensen na twee jaar via payroll ingehuurd te hebben, een contract aan kunnen bieden zonder dat je vast zit aan de transitievergoeding??

Paul van den Beuken|10.11.16|15:23

@Diana. Na 2 jaar moet je een contract voor onbepaalde tijd aanbieden of de werknemer moet er 6 maanden ‘uit’ (was vroeger 3 maanden). Dan mag je weer voor 2 jaar – 1 dag, maximaal 3 contracten aanbieden. Dat het voorheen bij een Payrollbedrijf was en nu bij jezelf of over zou gaan naar een andere Payrollbedrijf maakt overigens niet uit. Blijft zelfde keten / bedrijf (nl. werken bij jou).