Rechtbank

‘Brits’ taxibedrijf ontkomt niet aan bankroet en schuldeisers in Nederland

Een taxibedrijf dat formeel in Groot-Brittannië was gevestigd maar alleen in Nederland actief was, is terecht door een Nederlandse rechter failliet verklaard. En in tegenstelling tot wat het bedrijf beweerde, valt er voor schuldeisers mogelijk wel degelijk wat te halen bij het taxibedrijf. Dat blijkt uit een uitspraak in hoger beroep in deze zaak.

Het bedrijf in kwestie werd in juli 2014 opgericht in Den Haag. De onderneming was formeel gevestigd in Cardiff te Wales, maar was ook bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. In juli vorig jaar werd het uitgeschreven uit de handelsregisters in beide landen. Korte tijd later werd het taxibedrijf ontbonden.

Op 20 juni, dus voordat het bedrijf werd opgeheven, werd de taxi-onderneming veroordeeld tot het betalen van een bedrag aan een voormalige werknemer. Deze werknemer moest nog salaris uitbetaald krijgen over de eerste drie maanden van 2017. Dat het bedrag niet is uitbetaald, blijkt wel uit het feit dat de voormalige werknemer later vanwege het achterstallige salaris het faillissement van het taxibedrijf aanvroeg.

Bezoekadres en postadres in Nederland

Dat bankroet werd op 8 mei van dit jaar uitgesproken door een Nederlandse rechter. Volgens het taxibedrijf was dat onterecht. De firma was immers niet in Nederland gevestigd en bovendien viel er niets meer te halen voor eventuele schuldeisers. In het hoger beroep dat het taxibedrijf aanspande, bleef van dat standpunt echter niets overeind.

Het bedrijf was weliswaar in het Verenigd Koninkrijk gevestigd, maar alles wijst er verder op dat het bedrijf al zijn belangen in Nederland had. Het bezoekadres en postadres waren in Den Haag en ook de bestuurder woont in Nederland. Bovendien heeft het bedrijf economische activiteiten gehad in Nederland, maar blijkt nergens uit dat dit ook in Groot-Brittannië het geval is geweest. Kortom: de Nederlandse rechter mocht het ‘Britse’ taxibedrijf wel degelijk failliet verklaren.

Achterstallig loon

Vervolgens ging het om de vraag of het terecht was dat het taxibedrijf failliet werd verklaard. Volgens de eigenaar was er immers niets meer te halen en het bedrijf is volgens de regels ontbonden. Dat laatste wordt ook niet bestreden. Maar het taxibedrijf is vorig jaar al veroordeeld tot het betalen van het achterstallige loon aan de werknemer. Daarmee staat diens vordering vast. En er hebben zich ook andere schuldeisers aangediend: de huisbank, de Belastingdienst en een pensioenfonds.

Uit dit alles blijkt volgens de rechter dat het bedrijf schulden heeft bij deze partijen, met een totaal van ongeveer 170.000 euro. Uit niets blijkt dat deze schulden zijn betaald of dat dit op korte termijn zal gebeuren. De bestuurder verklaard dat er geen middelen zijn waarmee de vorderingen kunnen worden voldaan. Er zouden geen baten zijn: zaken die bij een faillissement kunnen worden verkocht om geld in het laatje te brengen voor schuldeisers. Maar volgens de rechter is het wel aannemelijk dat er nog baten zijn. Op basis van deze uitspraak kan de curator verder met het afhandelen van het faillissement.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en het tijdschrift Nederlands Vervoer. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.