Laadplein kantoor RHDHV

Royal HaskoningDHV brengt landelijke ontwikkeling laadbehoefte in kaart

De laadpalen die het groeiend aantal elektrische voertuigen moeten voorzien van stroom worden momenteel gerealiseerd wanneer hier vraag naar is. Om opdrachtgevers niet langer achter de feiten aan te laten lopen, brengt Royal HaskoningDHV met een voorspellingsmodel in kaart waar en wanneer er de komende tien jaar laadinfrastructuur nodig is.

Het advies- en ingenieursbureau is zo’n tweeënhalf jaar geleden gestart met het planmatig in kaart brengen hoe de vraag naar laadinfrastructuur zal gaan groeien in heel Nederland. Mattheo van der Molen, projectmanager bij Royal HaskoningDVH, zal erover vertellen op het Congres Laadinfra ‘21 op 1 juni 2021.

Volgens Van der Molen worden er nu pas laadpalen gerealiseerd als iemand een elektrisch voertuig heeft of zicht heeft op een aanschafdatum. De behoefte om meer vooruit te kunnen kijken groeit echter bij opdrachtgevers zoals gemeenten, maar ook bij chargepoint operators en andere dienstverleners. “Je kunt wel inschatten hoeveel laadmogelijkheden er in 2030 nodig zijn, maar je loopt dan toch het risico dat laadpalen te vroeg of te laat geplaatst worden. Daarom is een gefaseerde uitrol op basis van een prognose en een plankaart nodig.”

Bovendien is het belangrijk om te weten of laadpalen op bepaalde plaatsen ook daadwerkelijk geregeld gebruikt zullen gaan worden, legt de projectmanager uit. “Soms vragen mensen zich af waarom er acht parkeervakken gereserveerd zijn in hun straat, terwijl maar momenteel maar twee buurtbewoners een elektrische auto hebben.” 

Tweedehandsmarkt en geforceerde elektrificatie

Eerder werden er al voorspellingsmodellen gemaakt op basis van sociaal-demografische gegevens. In het model van Royal HaskoningDHV wordt er echter ook rekening gehouden met andere zaken, zoals de opstart van de tweedehandsmarkt. “Waar je tot dit jaar vrijwel alleen maar nieuwe elektrische voertuigen kon kopen, zie je nu dat er ook tweedehandsvoertuigen op de markt komen die best aantrekkelijk geprijsd zijn. Deze kunnen al op korte termijn concurreren met fossiele brandstofvoertuigen.”  

Een van de andere gegevens waar het model rekening mee houdt is geforceerde elektrificatie. “Hier is bijvoorbeeld sprake van wanneer een werkgever besluit te investeren in een vloot elektrische busjes die werknemers ook naar huis meenemen, in plaats van achter te laten op de bedrijfslocatie.” Dit zorgt voor extra roulatie van elektrische voertuigen in en rond de woonbestemming.

Veranderende laadbehoefte

De verwachting is dat het model midden 2021 afgerond zal zijn. Dan moeten er scenario’s vastgesteld zijn waarin staat welke parameters de elektrificatie op welke wijze zullen beïnvloeden. Van der Molen verwacht dat met dit model duidelijk zal worden of de daadwerkelijke laadbehoefte even groot is als de toename van het aantal elektrische voertuigen. “Natuurlijk gaan er meer auto’s komen, maar de batterijen worden ook groter. Het laadgedrag en de laadzekerheid zullen dus ook veranderen en de daadwerkelijke laadbehoefte beïnvloeden.”

Mattheo van der Molen is één van de circa twintig sprekers tijdens het online Congres Laadinfra op dinsdag 1 juni aanstaande. Intussen hebben zich al meer dan honderd deelnemers aangemeld met wie tijdens en rondom het congres ook uitgebreid kan worden genetwerkt.

Auteur: Elisabetta Santangelo

Elisabetta Santangelo is de vaste redacteur van TaxiPro.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.