rechtbank, rechter, rechtszaal, uitspraak

Transitievergoeding voor taxichauffeur na ontslag op staande voet

Een taxibedrijf uit Amsterdam moet een taxichauffeur die op staande voet is ontslagen toch een transitievergoeding betalen. Dat komt omdat voor een weigering van transitievergoeding ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de taxichauffeur nodig is. Terwijl voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet een dringende reden voldoende is. En dat eerste stond in deze kwestie niet vast, zo heeft de rechtbank Amsterdam bepaald. 

Wat meespeelde in deze kwestie is dat het taxibedrijf twee belangrijke opdrachtgevers verloor. De taxichauffeur kon herplaatst worden bij de overnemende partij, maar weigerde dat. Hij wilde zijn contract voortzetten bij zijn huidige werkgever. Hij kreeg vervangende arbeid (schoonmaken van bussen) en heeft dat geaccepteerd.

Verstoorde arbeidsrelatie

Overigens was er wel sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Ondanks dat er dus nog steeds sprake was van een dienstverband werd de taxichauffeurs vervolgens tot twee maal toe geconfronteerd met een “eindafrekening”. Hij moest telkens zelf aan de bel trekken en zijn normale loon afdwingen. Bij het laatste gesprek daarover liepen de gemoederen op, waarbij ruzie onstond.

Vervolgens is een tijdje later tijdens een gesprek tussen werkgever en de taxichauffeur ruzie ontstaan. Daarop zou de werknemer de werkgever bedreigend hebben toegesproken. Reden voor het taxibedrijf om de taxichauffeur direct op staande voet te ontslaan. De werknemer ging daartegen in beroep bij de kantonrechter. Maar het ontslag bleef in stand omdat niet binnen twee maanden de kantonrechter was verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen. Het hoger beroep tegen deze uitspraak loopt nog.

Transitievergoeding

Het recht op transitievergoeding wordt nog altijd opgeëist door de taxichauffeur. Gezien zijn leeftijd, de lengte van het dienstverband en zijn loon zou de werkgever hem een transistievergoeding van € 2.453,84 bruto verschuldigd zijn.

Bij een ontslag op staande voet is het aan de werknemer om te beslissen of hij de kantonrechter vraagt een ontslag op staande voet te vernietigen (en doorbetaling van loon te vorderen), dan wel dat hij het ontslag als feit accepteert en de transistievergoeding en een schadevergoeding vordert. De werknemer dient deze keuze tijdig en onvoorwaardelijk te doen.

Drie maanden termijn

De taxichauffeur heeft die keuze tot door het hoger beroep nog niet gemaakt. “Inmiddels is de termijn voor het claimen van een billijke vergoeding verstreken, maar is ook de drie maanden termijn van de transitievergoeding voorbij en dient de chauffeur in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard”, aldus de werkgever tijdens de zitting.

Maar volgens de rechter moet beoordeeld worden of in dit geval sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor het recht op de transitievergoeding is komen te vervallen. De kantonrechter acht dat niet het geval. Zij overweegt daartoe dat thans (nog) niet vast staat dat de chauffeur zich daadwerkelijk bedreigend jegens de werkgever heeft uitgelaten, terwijl die uitlatingen kunnen niet los worden gezien van de overige feiten en omstandigheden van het geval.

Inschatting

Daarbij gevoegd het beperkte vermogen van de werknemer om een reële inschatting te maken van zijn arbeidsrechtelijke positie, brengt de kantonrechter tot het oordeel dat geen sprake is van dusdanig ernstig verwijtbaar handelen dat het recht van de chauffeur op een transitievergoeding is komen te vervallen. De chauffeur heeft de transitievergoeding berekend op het bedrag van € 2.453,84 bruto. Daartegen heeft de werkgever geen bezwaar geuit, zodat dit bedrag werd toegewezen in de uitspraak.

Bart Pals

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Word nu TaxiPro Premium abonnee en krijg toegang tot alle vakinformatie over de taxibranche en het zorgvervoer. Daarnaast ontvangt u korting op onze taxi evenementen.

Abonneren

Auteur: Bart Pals

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.