Taxichauffeur Tom de Ruyter
Interview

Taxichauffeur Tom ziet zijn vak nooit verdwijnen: ‘Mooiste wat er is’

Tom de Ruyter van Taxi de Groen in Roosendaal hopte jarenlang van de ene baan naar de andere, maar vond nooit het werk waar zijn hart lag. Tot hij 24 jaar geleden werd gevraagd om als taxichauffeur aan de slag te gaan. Hoewel er in de tussentijd veel is gemoderniseerd, zal het vak volgens hem nooit verdwijnen. “En maar goed”, stelt hij. “Want dit werk is het mooiste wat er is.” 

De Ruyter kwam met het vak van taxichauffeur in aanraking toen zijn buurman aangaf dat het taxibedrijf waar hij werkte op zoek was naar chauffeurs. “Ik zei: ‘Leuk, maar ik ken maar drie straten in de stad.’ Dit maakte volgens hem niet uit en hij stelde mij voor bij het bedrijf. Kort daarna ging ik een proefrit doen en dat beviel zo goed, dat ik het eerstvolgende weekend meteen aan de slag mocht.” Vanaf het begin reed hij alle soorten vervoer, van straattaxiritten tot ziekenvervoer.

Iedere week vond hij het werk leuker worden en al gauw bouwde hij een klantenkring op. De afwisseling en het sociale aspect is wat hem tot op de dag van vandaag drijft om het werk te blijven doen. “Ik had ooit een klein conflict met mijn toenmalige baas. Ik was er klaar mee en dacht: ik ga iets anders doen. Toen ik ging rondkijken kwam ik er echter al snel achter dat ik misschien 10o euro meer kon verdienen aan bijvoorbeeld de lopende band, maar het contact met klanten zou ik te veel missen.”

Contact met collega’s veranderd

Dit merkte hij jaren geleden ook toen hij door een val zijn rug had gebroken. “Toen heb ik negen maanden geen taxi kunnen rijden. De eerste paar maanden lag ik eigenlijk alleen maar op bed.” Maar het eerste wat hij deed toen hij weer een beetje kon lopen, was naar de plek gaan waar hij altijd klanten ophaalde om te kijken of daar klanten van hem zaten. “Ik moest echt naar de stad. Ik miste mijn klanten, en uit hun reactie bleek dat zij mij ook misten.”

Hoewel het contact met de klanten door de jaren heen hetzelfde is gebleven, is het contact met zijn collega’s wel anders dan vroeger. “Dit komt door het verdwijnen van de mobilofoon. Dit is de grootste verandering geweest in mijn werk. Je hebt tijdens het rijden namelijk geen contact meer met collega’s. Dat is een groot gemis”, stelt hij. Volgens hem zouden de gesprekken en de ‘piepjes en de kraakjes’ het contact met de klant niet verstoren. “Bij bepaalde ritten, bijvoorbeeld voor het ziekenvervoer, zette ik het volume zodanig laag of zette ik het uit zodat de klant hiermee niet gestoord werd. Als ze je echt nodig hadden, piepten ze de microfoon wel open.”

Lees ook: Taxichauffeur hoopt op collega’s: ‘Voor extra service zonder tijdsnood’

Een schandalige fout van de politiek

De coronacrisis maakte het onderlinge contact met collega’s er ook niet beter op. De Ruyter werkte slechts hier en daar wat minder uren, maar dit gold niet voor alle chauffeurs in het bedrijf. “Ik werk ook af en toe op de centrale. In de avond rond elf uur wist je al dat de collega’s naar huis gestuurd konden worden, en dan zat je in je eentje te wachten op dat ene telefoontje van het ziekenhuis of het politiebureau. Maar het gebeurde ook wel eens dat je de hele nacht niks te doen had, en dan zat je maar te wachten.”

Corona heeft voor De Ruyter niet gezorgd voor een gevoel van onveiligheid in de taxi. Hij weet echter dat dit voor veel collega’s anders was en is dan ook van mening dat taxichauffeurs als een van de eerste beroepsgroepen gevaccineerd hadden moeten worden. “Dit is een schandalige fout van de politiek geweest. Zelfs mijn collega’s uit de uitvaartdivisie die overleden coronapatiënten moesten ophalen, werden pas maanden na de start van de vaccinatiecampagne gevaccineerd. Terwijl zij nauw contact hebben met die mensen. Zij hadden eerder gevaccineerd moeten worden, maar dat is niet gebeurd.”

De instroom van nieuwe collega’s

Bovendien heeft de coronacrisis voor een grote uitstroom gezorgd in het bedrijf. Voor de crisis werkte er zo’n 300 man bij Taxi de Groen, wat gereduceerd is naar ongeveer 200 man. “Degenen waarvan het contract aan het begin van de coronacrisis niet is verlengd, komen ook niet meer terug omdat er nu weer chauffeurs nodig zijn.” Er stromen inmiddels wel weer nieuwe chauffeurs binnen, stelt hij. Ook jonge collega’s. “Zij zijn nog bezig met de opleiding of hebben deze net afgerond. “Het duurt wel een half jaar tot een jaar voordat dit redelijke taxichauffeurs zijn.”

Volgens hem duurt het ook een half jaar voordat het bedrijf en de chauffeur zelf weten of iemand geschikt is voor het werk. “Voorheen werkte ik veel nieuwe mensen in en maar zo’n 10 procent van de instromers heeft naar mijn idee potentie.” Een belangrijke vraag die hij nieuwe collega’s standaard stelde is: Hoe zou jij willen dat jouw vader, moeder, opa of oma vervoerd zou worden? “Dan zei ik al gauw dat ik het antwoord niet hoefde te weten, maar dat dit is hoe het taxiwerk uitgevoerd moet worden. Dit is namelijk je waardevolste bezit, en als chauffeur zijnde heb je waarschijnlijk iemand zijn naaste in de wagen. Je behandelt ze altijd goed.”

Vooraf al gewaardeerd

Dit loont, want volgens De Ruyter wordt er geregeld wat klein geld extra uit de zak gehaald als klanten hem zien aanrijden. “Dat geld kan me gestolen worden, maar het is het idee dat je wordt gewaardeerd om wie jij bent en hoe je het werk doet. Dat is goud.” Dit is volgens hem ook de reden dat een onbemande taxi niet de toekomst is. “Daar geloof ik niet in. Want deze auto gaat niet vragen hoe het bijvoorbeeld is gegaan in het ziekenhuis. Dat er technologie is om mee te kijken is prima, maar het vak van taxichauffeur moet en zal altijd blijven bestaan.”

Lees ook: Taxibranche verduurzaamt, maar hoe komen we aan genoeg netcapaciteit?

Auteur: Elisabetta Santangelo

Elisabetta Santangelo is de vaste redacteur van TaxiPro.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.