Rolstoelbus

Coronacrisis maakt openbreken vervoerscontracten mogelijk

Door de langdurige gevolgen van de coronacrisis willen vervoerders graag nieuwe afspraken maken met hun opdrachtgevers in het contractvervoer. En daar zijn zeker aanknopingspunten voor, want er is sprake van een crisis die niemand had kunnen voorzien toen de bestaande vervoersafspraken werden gemaakt. Dat blijkt uit een onderzoek van Ventoux in opdracht van het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM).

De volumes in het zorgvervoer zijn door de coronacrisis sterk afgenomen en dit effect zal nog lang aanhouden. Brancheorganisatie KNV gaf onlangs al aan dat we in 2021 nog niet hoeven te rekenen op volledig herstel. En het is nog maar de vraag of en wanneer de niveaus van vóór de coronacrisis wel weer worden bereikt. Het AIM sluit niet uit dat de vervoersvolumes structureel lager zullen blijven. Dat maakt het nodig om nieuwe afspraken te maken over de vergoedingen en voorwaarden voor het vervoer. Want wat nu in contracten staat over het te verwachten aantal ritten en de voertuigbezetting is in veel gevallen niet realistisch meer.

Op zoek naar argumenten

Het AIM gaf Ventoux de opdracht om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om contracten in het doelgroepenvervoer open te breken en nieuwe afspraken te maken. De sector zoekt daar een juridisch kader voor en wil graag weten met welke argumenten die onderhandelingen gevoerd kunnen worden. Het onderzoek gaat onder meer in op de plicht van vervoerders om hun contracten na te leven. Volgens Ventoux is hier sprake van de ‘relatieve onmogelijkheid’ om dat te doen. Door de daling van het volume is het vaak niet meer rendabel om voor de afgesproken tarieven te rijden.

In sommige contracten is al afgesproken dat er opnieuw wordt onderhandeld als de volumes met meer dan een bepaald percentage groeien of krimpen. Maar ook als die afspraak niet is gemaakt, kan er wel een plicht tot heronderhandelen ontstaan door de situatie in de praktijk. Daarin kan meespelen of er sprake is van overmacht, waar de coronapandemie een duidelijk voorbeeld van is. De uitzonderingen zijn dan de contracten waarin wel rekening is gehouden met bijvoorbeeld een pandemie, maar dan nog is de huidige crisis als gevolg van de coronapandemie ongekend, net als het bijbehorende overheidsingrijpen.

Dun gezaaid

Het is dus de vraag in welke mate de coronapandemie en de bijbehorende crisis onvoorziene omstandigheden zijn. Op basis van juridische literatuur stelt Ventoux: “Hoewel de drempel voor contractwijzigingen wegens onvoorziene omstandigheden hoog is, zijn er voldoende aanwijzingen dat de coronapandemie als onvoorziene omstandigheid geldt en recht geeft op aanpassing of (gedeeltelijke) beëindiging van het contract.” Uitspraken van rechters hierover zijn nog dun gezaaid en recent, maar bevestigen het beeld van die onvoorziene omstandigheid wel – helemaal bij langdurige contracten.

Ventoux ziet mogelijkheden voor vervoerders om opnieuw te gaan onderhandelen over bestaande vervoerscontracten. “Er zijn verschillende rechtsgronden die tot deze verplichting leiden. Niet alleen kan de vervoersovereenkomst zelf hiertoe al noodzaken, omdat er bijvoorbeeld een wijzigingsclausule is opgenomen, maar ook de redelijkheid en billijkheid en de regeling omtrent gewijzigde omstandigheden kunnen hiertoe verplichten.” De Aanbestedingswet biedt volgens Ventoux meerdere aanknopingspunten om prijsaanpassingen mogelijk te maken.

Bekijk hier het volledige rapport.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij ProMedia.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.