rechtbank, rechter, failliet, taxi

Groen licht gunning Regiotaxi Utrecht

Vervoerder ZCN heeft van de rechter geen gelijk gekregen in zijn bezwaren tegen de aanbestedingsprocedure voor de Regiotaxi Utrecht in de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht. De bewering dat de aanbesteding op prijs was geschied, legde de rechter in een kort geding naast zich neer. Daarmee staat het licht op groen om die concessies zoals gepland te gunnen aan DVG of Willemsen de Koning.

De recente geschiedenis van het doelgroepenvervoer in de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht is enigszins roerig te noemen. Eind vorig jaar gaf Transvision aan het tot medio 2018 lopende contract niet uit te willen dienen omdat de vergoedingen ervoor niet kostendekkend waren. Via een gang naar de rechter kreeg Transvision gelijk. Het bedrijf bleek wel bereid het vervoer te blijven doen totdat de aanbesteding van een nieuwe vervoerder was afgerond.

Uit die aanbesteding door de provincie kwam DVG Personenvervoer als winnaar uit de bus. Een andere inschrijver, ZCN, was het echter niet eens met de aanbestedingsprocedure. De economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) werd door de provincie Utrecht als gunningscriterium gehanteerd. Volgens ZCN was het echter een gunning op prijs, omdat met de kwaliteit op de totaalscore nauwelijks invloed zou kunnen worden uitgeoefend.

Goedkopere inschrijver

ZCN ving in deze kwestie al bot bij het klachtenmeldpunt van de provincie en bij de landelijke Commissie van Aanbestedingsexperts. Op 16 juni diende er een kort geding bij de rechtbank in Utrecht en ook de uitkomst van die procedure viel in het nadeel van de vervoerder uit. Het bedrijf wil op dit moment niet op de kwestie reageren.

Aanbestedingsadvocaat Joost van de Wetering van Infense Advocaten heeft zich over de uitspraak gebogen. Volgens hem heeft ZCN betoogd dat er in deze aanbesteding niet of nauwelijks ruimte was om met kwaliteit het verschil te maken ten opzichte van een goedkopere inschrijver. “ZCN heeft deze aanbesteding opgevat als een gunning op de facto de laagste prijs, omdat je een verschil in prijs met andere aanbieders eigenlijk niet meer goed zou kunnen maken met kwaliteit.”

Overigens mag gunnen op laagste prijs, mits goed gemotiveerd. Omdat de aanbesteder kwaliteit wel degelijk wilde wegen ontbreekt die motivatie in deze aanbesteding. Gecombineerd met het standpunt dat er op laagste prijs is aanbesteed was dat voor ZCN aanleiding om de procedure aan te vechten.

Scoren op kwaliteit

In het geheel van deze kwestie viel Van de Wetering het volgende op. “ZCN heeft uitgerekend dat wanneer een inschrijver 100 procent scoorde op kwaliteit hij daarmee maximaal 77 eurocent kon goedmaken op een inschrijver die helemaal niets op kwaliteit scoorde. En dat op een prijs van tussen de 4,75 en 6,25 euro per declarabele zone, want dat was de bandbreedte waarbinnen moest worden ingeschreven. Dan kun je beredeneren dat je inderdaad een verschil kunt maken op kwaliteit. Maar de kans dat de laagste inschrijver nul scoorde op kwaliteit, en een andere inschrijver honderd procent, is natuurlijk erg klein.”

“Enerzijds moet dus bekeken worden hoeveel prijsverschil verwacht mag worden tussen de verschillende inschrijvers. Anderzijds moet bekeken worden hoeveel verschil in kwaliteitsscore verwacht mag worden. Op basis daarvan zou uitgerekend moeten worden hoe groot de kans is dat die prijsverschillen met kwaliteit zijn goed te maken. Die benadering zie ik in het vonnis niet duidelijk terugkomen.”

Verschil goedmaken

Overigens wist ZCN in de praktijk geen winst te boeken op kwaliteit in vergelijking met de winnende inschrijvers. DVG en WdK scoorden elk het maximum van 660 op prijs en 280 van de mogelijke 340 punten op kwaliteit. ZCN kwam op dat laatste vlak tot 262 punten en op prijs tot 554,4 punten. “Als je op prijs en kwaliteit minder scoort, komt de discussie of je met kwaliteit een prijsverschil goed kunt maken toch in een ander daglicht te staan”, zegt Van de Wetering. “Want hoe groot is dan nog de kans dat een rechter de hele aanbestedingsprocedure laat overdoen? Dat zou deze zaak wel een beetje hebben kunnen beïnvloeden”, denkt hij.

Grenswaarde

Dat ZCN uiteindelijk zijn gelijk niet haalde lijkt echter uit een eigen redenering voort te komen. De vervoerder stelde dat een inschrijver op deze aanbesteding 1.661 aanbiedingen kon doen. In 362 daarvan, ofwel bijna 22 procent, speelt kwaliteit een rol. ZCN stelde dat kwaliteit slechts in 7,41 procent van de gevallen een doorslaggevend belang kan hebben, en dat is onder de grenswaarde van 10 procent voor een aanbesteding waarin kwaliteit wordt meegewogen. Voor die claim van 7,41 procent ontbreekt volgens de rechter echter de feitelijke grondslag, waarmee het feit resteert dat er blijkbaar in 22 procent van de mogelijke aanbiedingen wel degelijk een verschil kan worden gemaakt op kwaliteit – zonder daarbij iets te zeggen over hoe groot of klein dat verschil zou kunnen zijn.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia op het gebied van mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.