Rechter, rechtbank. Foto: iStock / Alexstar

Noot verliest kort geding, leerlingenvervoer blijft bij Munckhof

Via een kort geding wilde Noot de voorlopige gunning van het leerlingenvervoer in Wassenaar en Voorschoten terugdraaien. Munckhof had volgens Noot uitgesloten moeten worden van de aanbesteding, maar de rechter is het daar niet mee eens.

De uitsluitingsgrond die volgens Noot van toepassing is voor Munckhof is de ‘voortijdige beëindiging van een eerdere overheidsopdracht’. Hierbij wordt gedoeld op het leerlingenvervoer voor de gemeenten Delft, Midden-Nederland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Westland. Daarvan zijn drie percelen in 2020 aan Munckhof zijn gegund.

Bij de inschrijving gaf Munckhof aan dat de opdracht met eigen chauffeurs te gaan uitvoeren. Het risico op een tekort aan personeel door de krappe arbeidsmarkt werd hierbij wel aangekaart. Maar de vervoerder gaf aan dat ze veel ervaring en een duidelijk beleid hadden om nieuwe chauffeurs voor de opdracht te werven.

Tijdens het eerste implementatieoverleg werd echter duidelijk dat Munckhof toch niet genoeg chauffeurs had om de opdracht zelf uit te voeren. Er werd daarom een verzoek gedaan om de opdracht voor 60 procent met chauffeurs en voertuigen van onderaannemers uit te voeren. Deze mate van inzet van onderaannemers stond de opdrachtgever niet toe. Omdat Munckhof 40 procent van de opdracht wel zelf kon uitvoeren, heeft de opdrachtgever de overeenkomst voor een van de drie percelen wel in stand gehouden.

Uitsluitingsgronden strikt toepassen

Dit voorval had volgens Noot tot uitsluiting van Munckhof van de aanbesteding in Wassenaar en Voorschoten moeten leiden. Uit nationale en internationale jurisprudentie blijkt namelijk dat de aanbestedende dienst zich op grond van het gelijkheidsbeginsel moet houden aan de zelf opgestelde aanbestedingsvoorwaarden. De uitsluitingsgronden zouden hierbij strikt toegepast moeten worden.

Volgens Noot hoort er hierbij ook geen plaats te zijn voor een proportionaliteitstoets, zelfs niet als het nationale recht daar in tegenstelling tot de aanbestedingsstukken wel ruimte voor biedt. Deze toets is in dit geval achteraf geïntroduceerd en de inschrijvingsvoorwaarden zijn daarmee achteraf gewijzigd. Op grond van het gelijkheidsbeginsel zou dit volgens Noot niet toegestaan zijn.

Maatregelen, schadevergoeding en onderzoek

Munckhof haalde voor het verweer de aanbestedingsrichtlijn van stal. Daarin is te lezen dat elke inschrijver waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is, mag bewijzen dat de maatregelen die het bedrijf heeft genomen voldoende zijn om betrouwbaarheid aan te tonen. Als dit voor de aanbestedende partij toereikend is, zou de inschrijver niet uitgesloten hoeven te worden.

Als inschrijver heeft Munckhof ook moeten bewijzen dat ze de eventuele schade van de overtreding of beroepsfout hebben vergoed of toegezegd om te vergoeden, dat de feiten en omstandigheden opgehelderd zijn door actief mee te werken met onderzoeken en dat er maatregelen zijn genomen om verdere overtredingen te voorkomen.

Uitsluiting disproportioneel

De aanbestedende partij heeft deze maatregelen inhoudelijk getoetst en kwam tot het oordeel dat Munckhof zijn betrouwbaarheid voldoende heeft aangetoond. Uitsluiting werd daarom als disproportioneel gezien. Noot gaf in reactie hierop aan dat het geleverde bewijs van betrouwbaarheid ontoereikend is en dat er ten onrechte van uitsluiting van Munckhof is afgezien.

Dit betoog werd gepasseerd, omdat Noot dit volgens de rechtbank al bij de dagvaarding had kunnen aankaarten. De voorzieningenrechter gaf verder aan dat de lat voor het ingrijpen in zulke beslissingen van een aanbestedende partij hoog ligt. Er is alleen plaats voor rechterlijk ingrijpen als er duidelijke onjuiste beslissingen zijn gemaakt. Het is niet gebleken dat dit hierbij het geval was. De vordering van Noot werd dan ook afgewezen.

Lees ook:

Auteur: Elisabetta Santangelo

Elisabetta Santangelo is de vaste redacteur van TaxiPro.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.