Rolstoelbus

Zorgvervoer onder druk door afhankelijkheid overheidsopdrachten

Taxibedrijven die zich in Nederland met zorgvervoer bezighouden, zijn voor hun inkomsten sterk afhankelijk van overheidsopdrachten. De aanbestedingen voor deze opdrachten draaien bovendien in sterke mate om prijs, waardoor er vaak onder de kostprijs wordt ingeschreven. Dat blijkt uit cijfers van het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit, dat vreest voor de toekomst van het zorgvervoer in Nederland.

De cijfers die het AIM door Panteia liet verzamelen, gaan over het zorgvervoer in Nederland in 2017. De brochure die daarover werd uitgebracht, bevat gegevens over omzet, geografische verdeling van de bedrijven, de soorten voertuigen waar ze mee rijden en de doelgroepen die worden bediend.

Zo’n 80 procent van het zorgvervoer wordt via aanbestedingen door overheden in de markt gezet. “In veel van deze aanbestedingen speelt de factor prijs een zeer dominante rol bij de gunning, waardoor ondernemers scherp en soms onder kostprijs inschrijven”, licht het AIM toe. “52 procent van de onderzochte ondernemingen laat een negatief bedrijfsresultaat  zien.” Als de omstandigheden niet veranderen, vreest het AIM voor de toekomst van het Nederlandse zorgvervoer.

Lonen grootste kostenpost

Het onderzoek was een steekproef onder 115 bedrijven, waarvan de meeste tussen de tien en honderd werknemers hebben. Hun vloot bestaat voor ruim driekwart uit rolstoelbussen en gewone taxibussen, waar respectievelijk gemiddeld 50.000 en 36.000 kilometers per jaar mee wordt gereden. Voertuigen die voor zorgvervoer worden ingezet, hebben een beladingsgraad tussen de 58,2 en 59,6 procent. Dat is het percentage van het totale aantal gereden kilometers waarbij er tenminste één passagier aan boord is.

Het onderzoek bevestigt verder dat de lonen nog altijd veruit de belangrijkste kostenpost voor borgvervoerders vormen: bijna 67 procent. De brandstofkosten bedragen bijna 9 procent van de kosten, reparatie en onderhoud ongeveer 5,5 procent  –  net als overhead. Verzekeringen waren in 2017 goed voor 2,4 procent van de kosten; afschrijvingen op het wagenpark en leasekosten allebei voor een kleine 4 procent.

Wmo-vervoer goed voor 30 procent omzet

De ondervraagde bedrijven zijn voor ruim 77 procent van hun omzet afhankelijk van zorgvervoer. Het wmo-vervoer betreft met 30 procent het grootste deel van de omzet, gevolgd door leerlingenvervoer (24 procent), Wlz-vervoer (13,3 procent) en het zittend ziekenvervoer (7 procent). Het geld dat niet met zorgvervoer wordt verdiend, komt uit de consumentenmarkt (3,1 procent), zakelijk vervoer en luchthavenvervoer (6,7 procent) en overig vervoer (ruim 13 procent).

Onder de streep heeft 52 procent van de ondernemingen een negatief resultaat, wat het AIM zoals gezegd zorgen baart. Als er niets verandert, kan de continuïteit van het Nederlandse zorgvervoer serieus bedreigd worden.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia op het gebied van mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.