Avan. Foto: Avan

Gemeenten drukken kosten wmo-vervoer Avan met maatwerk

Gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen werken aan een betere balans tussen de kosten en de kwaliteit van het doelgroepenvervoer. Wmo-consulenten kunnen steeds meer maatwerk bieden bij het geven van vervoersindicaties en er worden kilometerdrempels ingevoerd, net als een extra bijdrage voor ritten die kort van te voren worden geboekt.

Om het doelgroepenvervoer betaalbaar te houden vond BVO DRAN, bedrijfsvoeringsorganisatie voor het doelgroepenvervoer in de Regio Arnhem en Nijmegen, het noodzakelijk om onderzoek te doen naar maatregelen die de kosten van het vervoer kunnen beheersen. Met de financiering van de provincie Gelderland heeft onderzoeks- en adviesbureau Moventum het onderzoek uiteindelijk uitgevoerd.

Om te zorgen voor voldoende draagvlak voor de maatregelen is ervoor gekozen om belangrijke stakeholders bij het onderzoek te betrekken. Math van den Beucken, directeur van BVO DRAN, was enthousiast over deze methodiek omdat deze partijen uiteindelijk ook nodig zijn om de voorziening in de lucht te houden. Naast onder meer vervoerders en reizigers behoorden ook wmo-consulenten tot deze groep stakeholders. Volgens Maarten van Setten, directeur van Moventem, komt hun mening niet veel terug in andere onderzoeken. “Terwijl juist zij een belangrijke schakel zijn, omdat ze de indicatie voor de doelgroep bepalen.”

Gemeentebestuurders reageerden volgens Van Setten positief op de onderzoeksresultaten en hebben deze onder hun gemeenteraad verspreid, zodat zij de vervolgstappen kunnen bepalen. In onder meer de gemeente Overbetuwe is al duidelijk welke onderwerpen er worden opgepakt. De aanbeveling om in te zetten op andere soorten vervoersmiddelen is er daar één van.

Alternatieve vervoersmiddelen

Rob Engels, wethouder Sociaal Domein in Overbetuwe, legt uit dat hij mensen wil aanmoedigen om te kijken naar andere mogelijkheden van vervoer of activiteiten. Volgens hem denken mensen nu nog te vaak dat ze ergens recht op hebben. “Ik wil ze vragen te kijken naar wat het sociale netwerk of de samenleving zelf kan oppakken. Denk aan jongeren met een beperking die zelf gebruik maken van het openbaar vervoer of met de brommer naar school gaan, in plaats van met een taxi. Daarmee geef je iemand tevens handvatten om zelfstandiger in het leven te staan.”

Dit is in lijn met een van de maatregelen uit het rapport, die als doel heeft om voor minder pashouders te zorgen. Er wordt gesteld dat dit kan door alleen mensen die minstens zes keer per jaar gebruik maken van het vervoer een wmo-pas te geven. Ten tijde van het onderzoek in januari bleek dat 4.000 pashouders hier niet aan voldeden. Alleen al door hen gebruik te laten maken van andere vervoersmiddelen, zou er circa 160.000 euro bespaard kunnen worden.

In de praktijk blijkt echter dat wmo-consulenten vaak handvatten missen om maatwerk te bieden op dit gebied. “In veel gevallen hebben consulenten meer informatie nodig over de vervoersvraag van de potentiële pashouders en hoe bestaande voorzieningen, zoals het openbaar vervoer of vrijwilligersvervoer, hier op kunnen aansluiten”, aldus van Setten.

Afwijken van gemeenteverordeningen

Volgens Van den Beucken wordt er binnen de gemeenten al wel gewerkt aan de gemeenteverordeningen die gelden als kaders voor de wmo-consulenten. “Je ziet in toenemende mate voorbeelden waarbij de klant iets anders nodig heeft dat niet past in het model. Bepaalde gemeenten geven al aan dat ze consulenten de mogelijkheid geven om met de klant tot een oplossing te komen die afwijkt van de verordening.” De regel blijft hierbij de verordening, maar er is dan wel meer ruimte voor maatwerk.

Engel legt uit dat er in Overbetuwe door de gemeente een opleiding wordt georganiseerd voor wmo-consulenten. “We willen hen helpen om achter de echte vraag van mensen te komen en op een andere manier naar de oplossing te kijken. Meestal ligt die niet zomaar bij ons op de plank. Buiten de lijntjes kleuren is spannend, maar ik wil de consulenten deze ruimte graag geven. Ook om daarin fouten te mogen maken.”

Loze ritten, kilometerdrempel en bijdrage voor late boeking

Na de bekendmaking van de onderzoeksresultaten is ook Avan zelf aan de slag gegaan met een aantal maatregelen. Deze zullen in alle gemeenten per 1 januari 2022 worden doorgevoerd. Een hiervan gaat over het opnemen van contact met reizigers waarvan ritten regelmatig loos worden gemeld. “Hiermee willen we vaker voorkomen dat een chauffeur bij de deur van een klant aankomt en de klant niet meegaat of niet reageert. Zo kunnen er minder onnodige kilometerkosten worden gemaakt.”

Voor ritten die kort van te voren worden geboekt wordt een extra bijdrage gevraagd om het vervoer efficiënter te kunnen plannen en uitvoeren. Hierbij geldt een uitzondering voor bijvoorbeeld mensen die naar het ziekenhuis moeten. “Dan kan er een uur van te voren worden geboekt. Dit maatwerk is voor ons belangrijk”, aldus Van Den Beucken. Ook is voorgelegd aan gemeenten om met de start van het nieuwe jaar een kilometerdrempel in te voeren zodat ritten korter dan vijfhonderd meter niet meer worden uitgevoerd. In Arnhem en Rheden is dit al gedaan. De ondergrens voor mensen met een scootmobiel is daar respectievelijk vijf en vier kilometer.

Auteur: Elisabetta Santangelo

Elisabetta Santangelo is de vaste redacteur van TaxiPro.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.