rolstoelstaxi, rolstoelvervoer, taxi, wmo

Zorgvervoer wankelt maar tarieven gaan niet omhoog

De kwaliteit van het zorgvervoer staat onder druk als gevolg van verlaagde tarieven voor dat vervoer, zo constateert de Nederlandse Zorgautoriteit na een verkenning naar dit thema. Toch is er volgens de NZa nog geen reden om de tarieven nu al te verhogen, omdat de minimale kwaliteit geleverd kan worden en omdat zorgaanbieders die niet uitkomen met de vergoeding voor de vervoerskosten dat kunnen oplossen binnen het eigen budget. De komende jaren zal diepgaander onderzoek naar de vervoerstarieven worden gedaan.

De NZa onderzocht de tarieven voor het vervoer van en naar de dagbesteding in het kader van de Wet langdurige zorg. In 2013 werden de tarieven voor vervoer in de langdurige zorg fors gereduceerd. Hiermee wilde de overheid stimuleren dat het zorgvervoer efficiënter werd georganiseerd. Door zowel de vervoerders als de zorginstellingen wordt echter gesteld dat de kwaliteit van het vervoer hierdoor steeds verder onder druk is komen te staan. Koninklijk Nederlands Vervoer (vervoersbedrijven), Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en IederIn (cliënten) luiden daarover de noodklok.

Onlangs liet staatssecretaris Van Rijn weten geen aanleiding te zien om de zorgtarieven te herzien, omdat de door de genoemde organisaties genoemde problemen in de praktijk niet voor problemen met de kwaliteit van het vervoer zouden zorgen. Het NZa-rapport bevestigt dat enigszins: de problemen zijn er wel maar de minimale kwaliteit is niet in het geding.

Locaties sluiten

De geraadpleegde partijen (zorgaanbieders, vervoersbedrijven en belangenverenigingen) geven aan dat de cliënten door de te lage tarieven voor vervoer minder passende dagbesteding ontvangen. Dit is één van de zaken die in 2013, bij de invoering van de lagere tarieven, door bureau HHM als mogelijke uitkomst van de tariefverlaging werden genoemd. Een andere negatieve consequentie die mogelijk werd geacht, was dat specialistische dagbestedingslocaties voor rolstoelgebonden cliënten en kinderen op korte of lange termijn zouden gaan sluiten, en dat een deel van deze doelgroepen daardoor thuis zal blijven –  met een groter beroep op mantel- en thuiszorg als gevolg.

De nadruk ligt momenteel vooral op het drukken van de kosten van het vervoer, zo concludeert de NZa, en niet zozeer op de kwaliteit van dat vervoer. Daardoor zien veel vervoerders zich gedwongen in te leveren op die kwaliteit: begeleiding wegbezuinigen, ritten van verschillende groepen cliënten combineren en soms zelfs het weigeren van ritten. Desondanks geeft men aan nog wel te kunnen voldoen aan de minimale kwaliteitseisen voor het vervoer. Het eerste onderzoek is ook onvoldoende onderbouwd om al tot aanpassing van de tarieven over te gaan.

Zorgplicht niet in geding

“De betrokken Wlz-uitvoerders herkennen het signaal dat de vervoerstarieven niet in alle gevallen kostendekkend zijn”, zo schrijft de NZa. Zij stellen echter ook “dat de zorgplicht in hun regio’s niet in het geding is. Wel merken Wlz-uitvoerders dat de efficiencygrenzen zijn bereikt en dat de minimale kwaliteitseisen in zicht zijn. Verschraling van dagbesteding en vervoer is onderwerp van gesprek met cliëntraden. Het vervoer van en naar de dagbesteding kan nog steeds worden ingekocht en geleverd.”

De partijen noemen een viertal negatieve effecten van de huidige vervoerstarieven op cliënten. Ze geven aan dat de hoge vervoerskosten ertoe leiden dat een aantal cliënten minder passende dagbesteding ontvangt. Daarnaast komt het voor dat de dagbesteding zich weer verplaatst naar het instellingsterrein, met als gevolg een steeds kleiner wordende wereld van de cliënt. Ook geven de partijen aan dat de veiligheid van cliënten in het geding komt door het gezamenlijk vervoeren van verschillende cliëntgroepen. Als vierde punt noemen zij de achteruitgang van de kwaliteit van zorg in het algemeen als zorggelden worden ingezet voor de bekostiging van het vervoer van en naar dagbesteding.

Tarieven niet verhoogd

Het aantal ontvangen signalen over de problemen maakt nu ingrijpen niet nodig, maar vervolgonderzoek is wel noodzakelijk, aldus de NZa. “Er zijn op dit moment geen signalen bij de NZa bekend dat in dit kader de continuïteit van zorg gevaar loopt of dat de minimumkwaliteit van het vervoer in de langdurige zorg in het geding is. Met dien verstande dat men zich kan afvragen of de kwaliteit van zorg in bredere zin niet geraakt is door beperking van de keuzevrijheid en eigen regie van de cliënt bij dagbesteding. Zorgaanbieders die niet uitkomen met de vervoerskostenvergoeding, lossen dit op door substitutie binnen het totale budget.”

Als het om het vervolgonderzoek gaat, heeft de NZa besloten dit te laten aansluiten bij een breder onderzoek naar de kosten voor de langdurige zorg. Dit onderzoek is nog in voorbereiding en zal naar verwachting in 2019 “landen in de beleidsregels”, dus voor die tijd zal een eventuele verhoging van de tarieven voor zorgvervoer niet aan de orde komen. “”Het feit dat we op dit moment geen signalen ontvangen dat de zorgplicht in gevaar is, pleit ervoor om het onderzoek naar de vervoerstarieven mee te laten lopen in dit breder kostenonderzoek. Het is logischer om de Wlz-tarieven in zijn totaliteit opnieuw te bezien”, aldus de NZa.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en hoofdredacteur Personenvervoer & Verkeer bij ProMedia.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.