PlusOV. Foto: Peter Lous

Directeur PlusOV: ‘Nieuwe aanbesteding ligt voor de hand’

PlusOV had twee jaar op rij een moeilijke start met het leerlingenvervoer, maar volgens directeur Jan Akerboom zijn de zaken nu op orde. Toch wordt dit vervoer hoogstwaarschijnlijk opnieuw aanbesteed, onder meer omdat diverse gemeenten uit het systeem stappen en het aantal te vervoeren leerlingen daardoor veel kleiner wordt. Intussen wordt het huidige vervoer nog steeds verbeterd en gaat PlusOV werk maken van nieuwe mobiliteitsdiensten.

PlusOV ging in augustus 2016 van start met het leerlingenvervoer in Apeldoorn en een pilot voor dagbestedingsvervoer in dezelfde gemeente. Een jaar later kwam daar het leerlingenvervoer in de andere acht gemeenten bij: Deventer, Zutphen, Lochem, Epe, Hattem, Heerde, Voorst en Brummen. Tussendoor was op 1 januari 2017 het vraagafhankelijke vervoer ingestroomd. Dat ging en gaat goed, waarover later meer. Maar met het opschalen naar leerlingenvervoer voor negen gemeenten ging het mis. Daar is veel over gezegd en geschreven. De korte versie: in de organisatie, aansturing en met de techniek ontbrak het aan nogal wat zaken.

Cissonius deed er onderzoek naar, Partners in Mobiliteit schreef een verbeterplan en hielp met het implementeren daarvan. Het verbeterplan voor PlusOV voorzag onder meer in een nieuwe directeur om alles in goede banen te leiden. Voor die interimfunctie werd Jan Akerboom aangetrokken, die veel ervaring heeft met verbetertrajecten in met name logistiek en dienstverlening. Hij begon in januari van dit jaar bij PlusOV.

Waar is het misgegaan met het leerlingenvervoer binnen PlusOV?

“Het opstarten van het vervoer van zo’n 1.450 leerlingen is gewoon een hele grote klus. Er is destijds bewust gekozen voor een publieke regiecentrale. Dat betekende ook een nieuwe organisatie opzetten met alles wat daar bij komt kijken. Die organisatie kreeg te maken met inregelvraagstukken, terwijl de gemeenten op tijd alle data moesten aanleveren en we met twee grote vervoerders gingen werken. Terugblikkend was het misschien verstandiger geweest om wat kleiner te beginnen.”

In zekere zin zijn jullie ook kleiner begonnen. Het leerlingenvervoer in Apeldoorn startte immers een jaar eerder al, en dat is toch één van de grote gemeenten binnen dit geheel.

“Klopt, Apeldoorn heeft zo’n 350 leerlingen met een vervoersindicatie. Toch denk ik, en met mij velen, dat een trede tussen alleen de leerlingen uit Apeldoorn en die uit alle negen gemeenten verstandig was geweest. Dan had de nieuwe organisatie daar geleidelijk in kunnen meegroeien.

Wat trof u aan toen u in januari 2018 aan deze opdracht begon?

“Logistiek was het redelijk op orde. Wel was er in de organisatie het nodige te doen, maar afgelopen juni hadden we dat ook op de rit. Dat betreft dan het leerlingenvervoer, want in het vraagafhankelijke vervoer speelden en spelen deze problemen niet. Een klanttevredenheidsonderzoek leverde vervolgens bemoedigende resultaten op. Het routegebonden vervoer kreeg gemiddeld een 7,1, het vraagafhankelijke vervoer een 7,4. En we hadden ons goed voorbereid op het nieuwe schooljaar.”

Toch deden zich opnieuw problemen voor. Hoe kan dat?

“Het ging een stuk beter dan in 2017, maar de problemen bleken toch hardnekkiger dan gedacht. Inregelvraagstukken hou je bij leerlingenvervoer altijd, maar het zijn er toch te veel geweest. En het beroep dat op ons callcenter werd gedaan, was toch nog groter dan verwacht. Onze bereikbaarheid was zeker in die eerste weken gewoon slecht, net als het afhandelen van klachten en vragen. Maar daar zijn we doorheen gekomen. We zitten met stiptheid en punctualiteit op het niveau dat we nastreven. Tegelijk valt er nog het nodige te verbeteren en daar werken we ook hard aan. Vooral in het routegebonden vervoer, maar ook in het vraagafhankelijke vervoer kunnen we nog stapjes zetten.”

Waarom gaat het in het vraagafhankelijke vervoer wel goed?

“Dat is een heel ander logistiek proces; het klassieke regiotaxi-traject. Daarin krijg je niet te maken met ineens een heleboel gegevens die in korte tijd in een planning moeten worden vertaald, en vervolgens met een opstart waarin de reizigers en hun families afhankelijk zijn van het schema. De samenstelling van het reisgezelschap ligt ook niet zo gevoelig. Dus dat is allemaal veel beter te beheersen.”

Apeldoorn, Zutphen en Deventer stoppen na deze contractperiode met leerlingenvervoer door PlusOV. De andere zes gemeenten gaan wel door, en op Deventer na gaan ze allemaal door met vraagafhankelijk vervoer. Maar er zijn straks wel fors minder leerlingen te vervoeren. Is dat dan de oplossing voor PlusOV?

“Als die drie grotere gemeenten inderdaad stoppen met het routegebonden vervoer via PlusOV, dan gaan we van zo’n 1.450 leerlingen naar ongeveer 600. De gemeentes die dan overblijven, zijn relatief kleiner en hebben minder leerlingen en mutaties. Zij zullen makkelijker op tijd hun gegevens klaar hebben voor ons. Dat is voor grote gemeenten gewoon lastig, hoe hard ze daar ook aan trekken. Dus die opstartfase zal in elk geval een stuk overzichtelijker zijn.”

Wat betekent dit voor de vervoerders? Krijgen zij straks opeens fors minder leerlingen te vervoeren of wordt er opnieuw onderhandeld over de tarieven?

“De contracten lopen tot augustus 2019. Daarna kan er verlengd worden, maar zeer waarschijnlijk gaan we het leerlingenvervoer opnieuw aanbesteden. De vervoersvolumes gaan wezenlijk veranderen, net als de percelen. En we willen een aantal zaken in het bestek beduidend anders doen dan vier jaar geleden. De gemeenten hebben bijvoorbeeld een voorkeur voor lokale vervoerders. Dus met dat alles in gedachten ligt een nieuwe aanbesteding voor de hand.”

In de eerste weken van het nieuwe schooljaar was er een flink verschil van inzicht tussen PlusOV en vervoerders over de binnengekomen klachten. Hoe zijn de verhoudingen nu?

“Er is het nodige gebeurd, maar het heeft geen zin om daar elke keer opnieuw bij stil te staan. We dienen het contract samen netjes uit en werken operationeel goed samen, zodat onze reizigers op goed vervoer kunnen rekenen.”

Wat zijn de uitdagingen voor de komende tijd?

“PlusOV is niet alleen opgericht voor het routegebonden en vraagafhankelijke vervoer. Het moet ook een soort fabriek voor het ontwikkelen van mobiliteitsconcepten zijn. Door de problemen met het leerlingenvervoer en de druk op onze organisatie is dat nog niet van de grond gekomen. Maar dat gaat wel gebeuren. Volgend jaar zal het openbaar vervoer hier in de regio voor een periode van tien jaar worden aanbesteed. We zien andere organisaties als de onze participeren in de laatste kilometer tussen bushalte en eindbestemming, of in het verzorgen van de dunne buslijnen. Zo’n rol kunnen wij wellicht ook gaan vervullen, al dan niet samen met andere organisaties.”

Wat zijn andere voorbeelden van zulke concepten?

“Vervoer binnen wijken is een andere mogelijkheid, waarin je ook het opleiden van chauffeurs kunt meenemen – en zo weer een antwoord formuleren op het groeiende tekort aan chauffeurs. Maar we denken ook na over programma’s die mensen helpen om, indien mogelijk, meer zelfstandig te reizen in plaats van met de taxi. En zo zijn er nog meer voorbeelden te bedenken. We kijken ook goed om ons heen. Hoe pakken organisaties zoals PlusOV dat in hun verzorgingsgebieden aan? Juist om dit soort dingen te kunnen doen, is gekozen voor een publieke regiecentrale.”

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en het tijdschrift Nederlands Vervoer. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.