Waarom wordt naleven Uber-uitspraak niet gehandhaafd?

Uber-chauffeurs hadden na de uitspraak van de rechter in september per direct behandeld moeten worden als werknemers. Uber doet dit tot ongenoegen van FNV vooralsnog niet en gaat in hoger beroep. Staatssecretaris Dennis Wiersma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legt uit waarom hier tot dusver niet op is gehandhaafd.

De staatssecretaris benadrukt dat het niet aan hem is om het eens of oneens te zijn met rechterlijke uitspraken. Wel is hij van mening is dat als platformarbeid zo ingericht is dat er in feite gewerkt wordt op basis van een een arbeidsovereenkomst, een platform aangemerkt moet worden als werkgever.

“Wanneer een platform niet alleen het bijeenbrengen van vraag en aanbod faciliteert, maar ook inhoudelijk betrokken is bij de wijze waarop het werk gebeurt of de tijden waarop en omstandigheden waaronder, onderscheidt het werk via een platform zich al snel niet van een werkgever-werknemer relatie”, stelt hij.

Het kabinet heeft al een start gemaakt met de uitwerking van een platformmaatregel waardoor platforms in eerste instantie aanmerkt worden als werkgever, mits er voldoende aanwijzing is dat er gezag wordt uitgeoefend over de platformwerker. Het uitgangspunt “werkgever, tenzij” zal dus gaan gelden. Wiersma legt uit dat de vraag of en hoe dit meetbaar kan worden hierbij centraal staat, zodat het in de praktijk ondersteuning biedt aan de platformwerker.

Chauffeurs kunnen loonvordering instellen en rechten opeisen

Omdat het vonnis volgens vakbond FNV duidelijk vermeldt dat de Uber-chauffeurs meteen recht hebben op behandeling volgens de Taxi-cao, vinden zij dat de politiek hier ook op moeten handhaven. Zo stelde vakbondsbestuurder Amrit Sewgobind bij een actie dat handhaving van bovenaf geregeld zou moeten worden, zodat individuen niet zelf meer achter hun rechten en geld aanmoeten.

Volgens Wiersma klopt het dat er direct uitvoering aan de uitspraak gegeven had moeten worden door Uber en dat het hoger beroep geen opschortende werking heeft. Het bedrijf moet zich dan ook aan de wettelijke regels van werkgeverschap houden en aan de plichten uit de Taxi-cao. “De chauffeurs kunnen dan ook een loonvordering instellen voor zover hun beloning niet aan het hen toekomende (cao)-loon voldaan heeft. Daarnaast kunnen ze de overige rechten opeisen die hen toekomen als werknemers.”

Partijen moeten zelf de afweging maken

Alle relevante partijen, zoals het platform zelf, de chauffeurs, sociale partners, de Belastingdienst, UWV, Inspectie SZW en pensioenfondsen zijn echter zelf aan zet om consequenties te verbinden aan de uitspraak, vertelt Wiersma. Omdat er nog een hoger beroep komt, en de uitspraak daarmee niet onherroepelijk is, zullen partijen hun eigen afweging moeten maken of de uitspraak bestendig genoeg is om dit te doen.

Voor handhaving zouden naast de kwalificatie van de arbeidsrelatie volgens hem nog andere voorwaarden een rol kunnen spelen. Bij bijvoorbeeld de Belastingdienst geldt dat wanneer zij zelf tot het standpunt komen dat er sprake is van een dienstverband, maar hier niet naar wordt gehandeld, zij een aanwijzing geven. Hier wordt een termijn aan gekoppeld waarbinnen er opvolging aan moet worden gegeven. Als dit niet of onvoldoende wordt gedaan binnen die termijn, wordt er gehandhaafd. Dit kan door middel van correctieverplichtingen, naheffingen en boetes.

Lees ook:

Auteur: Elisabetta Santangelo

Elisabetta Santangelo is de vaste redacteur van TaxiPro.

2 reacties op “Waarom wordt naleven Uber-uitspraak niet gehandhaafd?”

Jorg|22.11.21|15:06

Leg dat maar eens zo uit als je volgens het Sociaal fonds Taxi een foutje hebt gemaakt Wiersma.
3 jaar gezeik en een grote mond van ze krijgen over een arbeidsrelatie en dan uiteindelijk gewoon gelijk hebben en krijgen.

Peter Walgreen|22.11.21|17:18

Wat wordt er in Nederland wel gehandhaafd?

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.