Waterstoftaxi wmo Den Haag

Uitstootvrij doelgroepenvervoer goed op weg maar niet zonder uitdagingen

Het realiseren van zero emissie doelgroepenvervoer in 2025 is haalbaar, maar er zijn beperkende factoren. De mogelijkheden om te laden en schoon te tanken en de beschikbaarheid van met name grotere voertuigen zijn nog niet optimaal. Dat is de voornaamste conclusie van de Monitor Zero Emissie Doelgroepenvervoer.

Dit rapport is opgesteld door Marunga in opdracht van het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI). In een bestuursakkoord hebben de overheid en deelnemende gemeenten afgesproken toe te werken naar uitstootvrij contractvervoer in 2025. De monitor brengt in beeld hoe het gaat met het realiseren van deze doelstelling. Ook wordt het speelveld daaromheen in kaart gebracht.

De realisatie van de ambitie van het bestuursakkoord is goed op weg, schrijven de onderzoekers. Steeds meer gemeenten committeren zich aan schoon contractvervoer, ook buiten het akkoord om. Maar er zijn wel ‘systematische beperkingen’. Er is nog geen volwaardige infrastructuur om voertuigen op te laden en ‘schone’ brandstoffen te tanken. En wat in de sector personenvervoer algemeen bekend is, bevestigt het rapport: aan met name elektrische (rolstoel)bussen voor het vervoer van tot acht personen ontbreekt het nog. Een ander aandachtspunt: de data die nodig is om de beleids- en inkoopprestaties rond ZE doelgroepenvervoer te volgen.

Data vormen grote uitdaging

Het GNMI ziet aanknopingspunten in het rapport om de knelpunten aan te pakken en de coalitie van deelnemers uit te breiden. Het “verkrijgen van data en overige informatie van gemeenten en vervoeders om de monitor ZED te kunnen vullen” is een grote uitdaging. Dat heeft te maken met privacy en onbekendheid met de waarde van bepaalde data. Er moet meer inzicht komen in de mogelijkheden om die data te delen en gemeenten en regio’s kunnen wellicht ook geholpen worden bij het inwinnen, verzamelen en ontsluiten van die gegevens.

Verder vindt het GNMI het belangrijk dat er vaste definities en standaarden komen waar alle gemeenten en vervoerders mee uit de voeten kunnen. Dat is noodzakelijk omdat aanbestedingen onderling enorm van elkaar verschillen. Een gemeenschappelijke ‘taal’ is nodig om aanbestedingen te kunnen monitoren en resultaten met elkaar te vergelijken.

Stimulans

Een goede monitor van de ontwikkelingen en resultaten kan de betrokkenheid van gemeenten vergroten, denkt het GNMI. Het helpt om inzichten te verbeteren en vergelijkingen met andere gemeenten te maken. Daarom beveelt het netwerk aan dat ook gemeenten die het bestuursakkoord niet ondertekend hebben, maar wel met zero emissie doelgroepenvervoer bezig zijn, de monitor te zien krijgen. Voor gemeenten die daar nog niet aan werken, kan de monitor een stimulans zijn om dat wel te gaan doen.

Lees ook: Leerlingenvervoer met waterstofauto in Veenendaal en Rhenen

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia op het gebied van mobiliteit.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.