rechtbank

Amsterdamse taxivergunning kwijt door asociaal rijgedrag

Een Amsterdamse taxichauffeur mag twee jaar lang niet meer aangesloten zijn bij een Amsterdamse TTO omdat hij gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond. Zijn gemeentelijke Taxxxivergunning is ingetrokken, nadat aan hem een EMG-maatregel bij het CBR is opgelegd. De chauffeur maakte tot twee keer toe bezwaar bij de bestuursrechter. Maar de tweede keer werd zijn verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.

De taxichauffeur had door rood licht gereden, mobiel gebeld in de auto en geen richting aangegeven toen hij naar rechts afsloeg. De politie Amsterdam schreef een boete uit en deed een mededeling aan het CBR, die een Educatieve Maatregel Gedrag (EMG) oplegde.

Taxxxivergunning

Vervolgens heeft de gemeente Amsterdam de Taxxxivergunning van de chauffeur ingetrokken, omdat hij niet meer aan de voorwaarden voldeed. Die vergunning is nodig om bij een TTO aangesloten te kunnen zijn en zodoende de opstapmarkt in de hoofdstad te kunnen bedienen.

De chauffeur maakte bezwaar tegen de beslissing van de gemeente en verzocht de voorzieningenrechter om de beslissing tot de uitspraak op zijn bezwaar te schorsen. Die stond dat toe, omdat het hier om een ingrijpende maatregel gaat en een goede belangenafweging ontbrak. Maar de gemeente wees vervolgens het bezwaar af, waarna de Taxxxivergunning opnieuw werd ingetrokken.

Voetgangers

Hoewel de chauffeur in het verleden geen zware overtredingen had begaan, tilt de gemeente Amsterdam zwaar aan het feit dat de overtredingen plaatsvonden op een drukke en gevaarlijke kruising. Daarbij komt dat de chauffeur nadat hij was afgeslagen zigzaggend tussen de voetgangers op de voetgangersoversteekplaats zijn weg vervolgde en hiermee voetgangers in gevaar heeft gebracht.

Volgens de gemeente heeft hij de lokale taxiverordening overtreden doordat hij voetgangers in gevaar bracht en zich asociaal heeft gedragen. Het feit dat de chauffeur financieel zwaar wordt getroffen door het besluit, is volgens de gemeente geen reden om niet handhavend op te treden. De chauffeur kan immers nog steeds de bel- en contractmarkt bedienen of buiten Amsterdam gaan werken, zo vindt de gemeente in haar belangenafweging.

Intrekking

De vraag waarvoor de voorzieningenrechter zich vervolgens zag gesteld, is het gedrag van de chauffeur een intrekking van zijn taxivergunning kunnen rechtvaardigen. En dat is het geval volgens de voorzieningenrechter. Hij heeft dan ook het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.

“Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de gemaakte belangenafweging niet onrechtmatig te achten. Tegenover de ernst van de door de overtredingen teweeggebrachte gevaarzetting, staan negatieve financiële gevolgen voor de chauffeur”, meldt hij in zijn uitspraak. Maar er blijven ook volgens de voorzieningenrechter nog voldoende mogelijkheden over om taxivervoer te verrichten.

Gemeente

En dat het om een eenmalige overtreding gaat, leidt er niet toe dat dit door de vingers gezien moet worden door de gemeente. “Het betreft overtredingen die niet in een moment van onachtzaamheid zijn begaan”, vindt de rechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. “Hierdoor komt er beperkte zeggenskracht toe aan het feit dat de bij chauffeur geruime tijd geen verkeersovertredingen zijn geconstateerd. Ik wijs het verzoek tot voorlopige voorziening af.”

De uitspraak betekent dat de chauffeur in afwachting van de definitieve uitspraak van de bestuursrechter geen toegang meer heeft tot de opstapmarkt van Amsterdam.

Bart Pals

Auteur: Bart Pals

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.