Drugs

Vermoeden van besturen taxi onder invloed drugs was terecht

Van een taxichauffeur werd vermoed dat hij onder invloed van drugs zijn taxi had bestuurd. Dat kwam hem onder meer op een voorlopige schorsing van zijn rijbewijs te staan. De chauffeur probeerde deze maatregel voor de rechter ongedaan te krijgen. Die oordeelde echter dat het vermoeden dat er onder invloed van drugs was gereden wel degelijk terecht was. Daardoor kan de man tot nader order niet als taxichauffeur werken.

Het gaat om een zaak die eind 2016 voor de voorzieningenrechter in Amsterdam kwam. Op 18 augustus had het CBR van de politie een mededeling over de chauffeur ontvangen. Daarin werd het vermoeden uitgesproken dat hij niet meer over de rijvaardigheid of geestelijke geschiktheid zou beschikken om een motorrijtuig te besturen. Dat vermoeden ontstond omdat de man op 18 augustus volgens de politie een taxibus bestuurde terwijl hij drugs had gebruikt.

Hij reed omstreeks 5.15 uur slingerend over straat in Amsterdam met zijn taxibus, overschreed meermalen de doorgetrokken streep en hield een andere taxi op. Een motoragent hield de taxibus aan. Hij rook in de bus een sterke hasjlucht, constateerde dat de chauffeur bloeddoorlopen ogen had en trof in het busje vloei, tip en een half opgerookte joint aan.

Onderzoek naar rijvaardigheid

Een blaastest wees geen alcoholgebruik uit. Aan het bloedonderzoek weigerde de man vervolgens mee te werken, maar een arts stelde op het politiebureau vast dat daar geen medische redenen voor waren. Vervolgens werd het rijbewijs ingevorderd. Op basis van de mededeling van de politie heeft het CBR de chauffeur verplicht tot een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of rijgeschiktheid. Daarnaast werd zijn rijbewijs voorlopig geschorst, waardoor hij dus geen taxi of ander motorrijtuig mocht besturen.

De chauffeur ontkende niet zijn opvallende rijgedrag, maar wel dat het onder invloed van drugs was vertoond. Hij zou de achterliggende taxi niet hebben opgehouden; die zou hem juist hebben opgejaagd terwijl hijzelf zich aan de maximumsnelheid wilde houden. Omdat hij al rijdend per telefoon probeerde de andere taxichauffeur te vragen daar mee op te houden, zou hij hebben geslingerd en de doorgetrokken streep hebben overschreden. Zijn bloeddoorlopen ogen waren volgens de taxichauffeur het gevolg van een nacht werken, en de joint, tip en vloei zouden door een klant zijn achtergelaten.

Aanwijzingen voor drugsgebruik

De rechter geeft aan dat een joint of slingerend rijden op zichzelf geen vermoeden van drugsgebruik hoeft te rechtvaardigen. Maar de agent in kwestie heeft zijn vermoeden goed onderbouwd. Er zijn diverse aanwijzingen voor drugsgebruik, en de chauffeur heeft daar alleen zijn eigen beweringen tegenover gesteld, zonder deze met bijvoorbeeld rittenstaten of telefoongegevens te onderbouwen. Op het aanbod om op andere wijze dan met een bloedonderzoek na te gaan of hij drugs had gebruikt, is door de politie terecht niet ingegaan, aldus de rechter. Er was immers geen reden voor hem om niet aan het bloedonderzoek mee te werken.

De taxichauffeur vond het onterecht dat hij moest meewerken aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of rijgeschiktheid, en dat zijn rijbewijs werd geschorst. Daarom maakte hij bezwaar tegen dat besluit. Omdat de behandeling daarvan door het CBR tijd kost, vroeg hij de rechter om een voorlopige voorziening –  een soort voorschot op de uitkomst van de procedure. Op basis van dat voorschot wordt dan gehandeld tot de uitkomst bekend is. In aanloop naar het definitieve besluit van het CBR zou hij, mocht hij gelijk krijgen, in elk geval als taxichauffeur aan de slag kunnen blijven.

Schorsing rijbewijs

Maar wat de rechter betreft werd voldoende aangetoond dat de chauffeur tijdens zijn aanhouding onder invloed was van hasj. En als er een terecht vermoeden is dat iemand niet in staat is een motorrijtuig te besturen, dan is het ook terecht dat het CBR die persoon verplicht mee te werken aan een onderzoek naar diens geschiktheid of vaardigheid om te rijden. De schorsing van het rijbewijs is dan eveneens terecht. Daarom was er voor de rechter geen reden om het besluit van het CBR te schorsen, ook als dat betekende dat de man tot nader order niet als taxichauffeur zijn geld kon verdienen.

Auteur: Vincent Krabbendam

Vincent Krabbendam is de vaste redacteur van TaxiPro en het tijdschrift Nederlands Vervoer. Hij schrijft ook voor diverse andere titels van ProMedia.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.