tcm, taxi, amsterdam, tto

TCM verliest hoger beroep ingetrokken TTO-vergunning

TCM krijgt definitief haar TTO-vergunning voor de gemeente Amsterdam niet terug. De taxi-organisatie heeft ook het hoger beroep tegen de intrekking van de verguning verloren. De rechtbank Amsterdam vindt dat de gemeente op basis van het negatieve Bibob-advies de TTO-vergunning mocht intrekken.

De gemeente Amsterdam heeft vorig jaar de TTO-vergunning van TCM ingetrokken omdat uit het Bibob-advies is gebleken dat de leiding van TCM de Wet Personenvervoer en de belastingwetgeving heeft overtreden. Bovendien zouden voormalige zakenpartners betrokken zijn geweest bij overtreding van sociale zekerheidswetgeving en geweldsdelicten, die zich deels in de taxiwereld hebben afgespeeld.

TTO-vergunning

Verder zou bij de aanvraag ter verkrijging van de TTO-vergunning het formulier Wet Bibob en vergunningen niet juist ingevuld zijn. Want de aanvrager zou ten onrechte hebben gemeld de afgelopen vijf jaar niet met Justitie in aanraking zijn gekomen, omdat hij onder meer een transactie geaccepteerd heeft.

Volgens Bibob bestond er ernstig gevaar dat de bestuurders van TCM de TTO-vergunning zouden misbruiken om strafbare feiten te plegen. Een wisseling van de bestuurders/werknemers nam die zorg niet weg. En dus vindt TCM dat het advies gebrekkig is en niet gebruikt had mogen worden voor de intrekking.

Veroordelingen

Uit het Bibob-advies bleek dat de bestuurder van TCM zich schuldig had gemaakt aan overtreding van de Wp2000 en de Belastingwet. Er was sprake is van zes veroordelingen voor strafbare feiten gepleegd in de periode van 3 augustus 2005 tot en met 12 augustus 2010. Voorts heeft bij de beoordeling door Bureau Bibob meegewogen dat hij met zijn ondernemingen vermoedelijk heeft gehandeld in strijd met belastingwetgeving.

Er is sprake van een ernstig vermoeden dat niet is voldaan aan de verplichtingen die zijn voorgeschreven in de artikelen 47 en 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), alsmede dat opzettelijk onjuist aangifte is gedaan. Het college neemt hierbij mee dat de TCM-bestuurder, behalve ontkenning, niets heeft aangevoerd dat doet twijfelen aan de conclusies van Bureau Bibob.

Naheffingen

De bestuurder diende bijvoorbeeld over de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 september 2009 een bedrag van € 18.888,- na te betalen, exclusief de opgelegde vergrijpboetes. Daarnaast zijn over die periode ook naheffingen opgelegd voor een bedrag van € 2.529,-. Over de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 februari 2009 is een naheffing opgelegd ter hoogte van € 21.334,-, exclusief de opgelegde vergrijpboetes. De naheffingsaanslagen van € 18.888,- en € 21.334,- zijn nooit voldaan.

“Dat met de Belastingdienst vaststellingsovereenkomsten zijn gesloten en dat de bedragen die daarbij zijn vastgesteld wel zijn voldaan, maakt niet dat de feiten de conclusie in het (aanvullend) Bibob-advies over de grootte van het verkregen voordeel in onvoldoende mate kunnen dragen”, vindt het College van Beroep. Dat het financiële voordeel mogelijk in een faillissement terecht is gekomen, is daarbij niet van belang volgens het College.

Bibob

Door deze geschillen met de Belastingdienst had de TCM-bestuurder op het vragenformulier Wet Bibob vraag 4B, waarbij wordt gevraagd of hij de afgelopen vijf jaar is veroordeeld, een schikking is aangegaan met het Openbaar Ministerie dan wel in aanraking is geweest met politie of justitie, bevestigend had moeten beantwoorden.

“Nu hij dat niet heeft gedaan, is de conclusie dat het vermoeden dat ter verkrijging van de TTO-vergunning valsheid in geschrift is gepleegd juist”, aldus het College. En omdat de vergunning voorlopig op afwachting van een positief Bibob-advies was verstrekt, mocht de vergunning ingetrokken worden. En dus is het bezwaar in hoger beroep opnieuw ongegrond verklaard, aldus de uitspraak.

Bart Pals

Auteur: Bart Pals

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.